Oproep NVBe Podiumbijdragen: ‘Ethiek van het Antropoceen’

Oproep: NVBe Podiumbijdragen over de ethiek van het Antropoceen.

Het Podium voor Bio-ethiek nodigt u uit een bijdrage te schrijven over het thema: een ethische blik op het Antropoceen.

Volgens Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en zijn collega Eugene Stoermer leven wij nu in het Antropoceen: het geologische tijdperk dat gekenmerkt wordt door de verstrekkende invloed die de mens heeft op de planeet. Dit tijdperk zou de opvolger zijn van het Holoceen, de periode vanaf de laatste ijstijd, 12000 jaar geleden. Het Antropoceen heeft als term echter niet alleen betrekking op ecologische en geologische aspecten: in toenemende mate komen normatieve vragen aan de orde, die betrekking hebben op de plaats van de mens op de aarde en haar relatie met haar natuurlijke leefomgeving. Immers, als de mens zo veel invloed heeft op de aarde dat zij zelf als een geologische kracht kan worden beschouwd, dan impliceert dat ook een verantwoordelijkheid over de keuzes die zij kan en wellicht ook móet maken. Wat betekent het Antropoceen bijvoorbeeld voor onze visies op natuur en cultuur, natuurbeheer en milieubeleid, onze omgang met (wilde) dieren, de rol van (bio)technologie, globalisering of voor de machtsverdelingen in de samenleving?

Wij zijn heel benieuwd naar uw kijk op deze thematiek. Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium voor Bio-ethiek over één van deze of gerelateerde vragen? Stuurt u dan eerst, voor uiterlijk 1 oktober, een voorstel (max. 150 woorden) naar de themaredactie:

Sjaak Swart: j.a.a.swart@rug.nl
Sanne van der Hout: s.vanderhout@maastrichtuniversity.nl
Mike Lensink: m.a.lensink-3@umcutrecht.nl
Leo van den Brom: leovandenbrom@gmail.com

Auteurs krijgen vervolgens het conceptartikel toegestuurd dat als introductie op het thema in het Podiumnummer zal worden opgenomen.

Houdt u er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De deadline voor volledige bijdragen (ca. 1500 woorden) is 1 november 2018. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.

Oproep NVBe Podiumbijdragen: ‘Medicalisering van de zwangerschap’

Het NVBe Podium voor Bio-ethiek nodigt u uit een bijdrage te schrijven over het thema ‘Medicalisering van de zwangerschap’. 

Medicalisering van de zwangerschap is zeker geen nieuw fenomeen maar kent wel steeds nieuwe uitingsvormen. Zwanger worden en zwanger zijn lijken allang geen natuurlijke processen meer te zijn. Het aantal oudere moeders neemt gestaag toe en is één van de oorzaken van de zogeheten ‘vruchtbaarheidsindustrie’. Maar ook als de zwangerschap wel natuurlijk is ontstaan wordt het verloop daarvan nauwlettend in de gaten gehouden. Niet alleen moet een zwangere vrouw (en evt partner) zich verhouden tot het groeiende aanbod van prenatale diagnostiek, ze wordt er ook op allerlei manieren op gewezen dat haar leefstijl van invloed is op de gezondheid van haar kindje.

Bovenstaande ontwikkelingen zetten aan tot nadenken en vragen om ethische reflectie. Kunnen we bijvoorbeeld spreken van het recht  op het krijgen van een genetisch eigen kind? En wat te denken van de rechten van het kind dat zijn of haar biologische ouders nooit zal kennen in het geval van anonieme eiceldonatie die in het buitenland heeft plaatsgevonden? Welke gevolgen heeft de vergaande medicalisering voor de ervaringen van vrouwen die zwanger zijn of zwanger willen worden en in hoeverre verandert de rol van de zorgverlener door deze ontwikkelingen? Bovendien staan ons medisch-technologische ontwikkelingen te wachten die om ethische doordenking vragen zoals menselijke lichaamscellen die worden omgeprogrammeerd tot ei- en zaadcellen. Of nagebootste baarmoeders die een embryo tot baby kunnen maken waardoor het hele proces buiten het menselijk lichaam kan plaatsvinden.

Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium over één van deze (of gerelateerde) vragen?  Stuurt u dan eerst – voor u gaat schrijven – een voorstel (max. 150 woorden) naar de themaredactie: Marieke Bak mariekebak@outlook.com of Hanneke van der Meide J.W.vdrMeide@uvt.nl
Houdt er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De deadline voor volledige bijdragen (ca. 1500 woorden) is 13 augustus 2018. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.

 

 

 

 

Oproep: NVBe Podiumbijdragen ‘Hoe verhouden professionals, praktisch ethici en academici zich tot elkaar?’

Het Podium voor Bio-ethiek nodigt u uit een bijdrage te schrijven over het thema ‘de verhouding tussen professionals, praktisch ethici en academici’.

Ethici houden zich intensief bezig met de vragen en beslissingen van zorg- en techniek-professionals op de werkvloer. Ze doen bijvoorbeeld empirisch onderzoek naar wat genoemde professionals belangrijk vinden, en betrekken dat vervolgens bij hun ethische reflecties. Ook denken ze mee met professionals over verantwoorde zorg voor mensen, dieren, milieu en techniek: De ‘praktische wending’ lijkt dus wel compleet!

Maar wat merken professionals hiervan? Bereiken praktische ethici hen voldoende? Worden ze moreel gevoed en gesteund? Hebben de ethici voldoende afstand om kritisch over praktijken te denken? Of is voor kritische distantie juist behoefte aan theoretische, strikt academische ethiek? Kortom, hoe is de verhouding anno 2018 tussen de professionals, praktisch ethici en academici? Welke vormen van samenwerking, concurrentie en afhankelijkheid doen zich voor? En … hoe kunnen we die verhouding waarderen?

Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium over één van deze (of gerelateerde) vragen?  Stuurt u dan eerst – voor u gaat schrijven – een voorstel (max. 150 woorden) naar de themaredactie: Leo van den Brom, (leovandenbrom@gmail.com) Lieke van der Scheer (info@liekevanderscheer.nl)  of Dirk Stemerding (dirk@dirkstemerding.nl).  Houdt er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De deadline voor volledige bijdragen (ca. 1500 woorden) is 19 juni 2018. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.

 

NVBe JUBILEUM-SYMPOSIUM – 19 April: ‘Ethiek en praktijk anno 2018’

De NVBe bestaat dit jaar 25 jaar! Daarom organiseert de Vereniging op donderdag 19 april 2018 een prachtig jubileum-symposium over ‘Ethiek en praktijk anno 2018’ op een mooie locatie: de Tolhuistuin, Amsterdam (https://tolhuistuin.nl/route-en-terrein/).

Sinds ons vorige jubileumsymposium in 2008 heeft de tendens doorgezet dat ethici zich intensief bezighouden met de vragen en beslissingen van professionals op de werkvloer. Ethici doen bijvoorbeeld steeds vaker empirisch onderzoek naar wat genoemde professionals belangrijk vinden, en betrekken vervolgens de in de praktijk vigerende moraal bij hun ethische reflecties. Ook denken ze mee met professionals over verantwoorde zorg en innovaties

Deze trend is het onderwerp van ons jubileum-symposium.

  • Centraal staat de vraag hoe deze toenadering tussen ethiek en praktijk verloopt, wat de ontwikkelingen zijn en welke vragen ze oproept.
  • Hoe is momenteel de verhouding tussen professionals, praktisch ethici en academici? Welke vormen van samenwerking, concurrentie en afhankelijkheid doen zich voor? En hoe zal zich dit in de komende jaren (moeten) ontwikkelen?
  • Hebben professionals nu het idee dat ze moreel voldoende gevoed en gesteund worden? En hebben de ethici wel voldoende buitenstaandersblik om kritisch over bestaande praktijken te denken? Of zijn ze teveel betrokken en is voor kritische distantie juist behoefte aan theoretische, academische ethiek?

Over deze vragen brengen we op het symposium professionals uit de zorg, veehouderij, en techniek in gesprek met ethici werkzaam in een beleids- of empirische onderzoekscontext én met ethici actief in het academisch onderzoek.

Daarnaast reiken we deze middag ook de NVBe-prijs uit aan de winnende inzendingen van de NVBe-essaywedstrijd voor scholieren uit de bovenbouw havo/vwo.

Deelnemen aan het symposium? Meld u dan nu aan!

Aanmelden kan door een email te sturen naar de ledenadministratie van de NVBe: ledenadministratie@nvbe.nl. Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding jubileumsymposium 2018 NVBe’.

Deelname is gratis voor NVBe leden. Niet-leden betalen 35 euro.

Als u zich nu aanmeldt als lid, gelden de voordelen van het lidmaatschap per direct (wat betekent dat u gratis aan het symposium kunt deelnemen.)

Lid worden van de NVBe? U bent van harte welkom als lid van de NVBe.

Wilt u ook met ons mee-eten na afloop? Gezellig! Vermeld dit dan in uw email, dan kunnen we dit doorgeven aan de locatie. (Diner is op eigen kosten)

We zien u graag op 19 april!

Programma:

Vanaf 13.00 uur inloop

13.30u – 13.50u  Inleiding:

Over de empirische wending in de ethiek

Dr. Lieke van der Scheer, voorzitter van de NVBe

13.50u – 14.40u  Hoofdlezing:

De ethicus als ontregelaar. Pleidooi voor een romantische ethiek

Prof. dr. Tsjalling Swierstra, Hoogleraar ethiek en politiek van nieuwe en opkomende technieken, Universiteit Maastricht

14.40u  – 15.00u Uitreiking NVBe-essayprijs

 Wat zijn volgens jongeren de bio-ethische kwesties van de toekomst?

15.00 – 15.15       Pauze

15.15 – 16.45       Parallelle workshops ‘Ethiek en praktijk anno 2018’ in 3 verschillende domeinen:

Zorg:  Praktijken geanalyseerd door zorgethici: spannend bewegen tussen praktijk en theorie

Dr. Inge van Nistelrooij en dr. Merel Visse, Universiteit voor Humanistiek, vakgroep Zorgethiek

Veehouderij: Euthanasie bij zorgdieren in de veehouderij

Drs. Joost van Herten, Wageningen Universiteit en Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en dr. Franck Meijboom, Universiteit Utrecht faculteit Diergeneeskunde en Centre for Sustainable Animal Stewardship

Techniek: De Slimme stad: van slimme lantaarnpalen tot zelf metende burgers

Dr. Rinie van Est, Rathenau Instituut, in gesprek met Yvonne Kemmerling, voorzitter Future City; Frank Kresin, zakelijk directeur DesignLab Universiteit Twente; Rob Haans, adviseur informatiemanagement gemeente Nijmegen; dr. Merel Noorman, onderzoeker Partnership for smart cities; en prof. dr. Maartje Schermer, Medische ethiek en Filosofie van de geneeskunde.

16.45 – 18.00       Borrel

18.00 – 20.00       Diner met bestuur en redactie Podium voor bio-ethiek. Iedereen is welkom aan te schuiven!

 

Meer informatie over het programma

Inleiding

Dr. Lieke van der Scheer, voorzitter van de NVBe

Over de empirische wending in de ethiek

“’Ethiek moet bruikbare, praktische richtlijnen bieden voor concrete morele kwesties’.

‘Ethische reflectie is relevant voor professionals in de gezondheidszorg, beleid, zaken, techniekontwikkeling e.d.’

Dergelijke overtuigingen stuurden de opkomst van ­een praktische ethiek, de wending van abstracte ethische theorieën naar ethische reflectie over concrete, dagelijkse praktijken. Het gebruik van empirische methoden en een centrale rol voor de ervaring van stakeholders was een logische vervolgstap. Inmiddels wordt er in de ethiek een aantal decennia op deze manier gewerkt en is het tijd om ons af te vragen hoe vruchtbaar deze aanpak is.

In enkele recente nummers van het Podium voor Bio-ethiek zijn driegesprekken gepubliceerd met telkens een professional, een praktisch ethicus en een academicus. In mijn lezing zal ik de ambities van de empirische wending in verband brengen met de inzichten uit deze driegesprekken. Wat kunnen we er uit leren voor de toekomst van de bio-ethiek?”

Hoofdlezing

Prof. dr. Tsjalling Swierstra, Hoogleraar ethiek en politiek van nieuwe en opkomende technieken, Universiteit Maastricht

De ethicus als ontregelaar. Pleidooi voor een romantische ethiek.

“Ik wil vanuit mijn ervaringen met de ethiek van nieuwe en emergente technieken, een aantal overwegingen presenteren aangaande de huidige en toekomstige, feitelijke en wenselijke, rol van de ethicus. Die is inmiddels niet meer doende om anderen te onderwerpen aan ethische regels, maar trekt in plaats daarvan gewapend met stappenplannen en aandachtspunten door het land om daar de ethische reflectie te faciliteren. Dat verhindert niet dat de interactie met die anderen zelf wel aan allerlei regels is onderworpen. Die regels bepalen bijvoorbeeld welke vragen gesteld mogen worden; wat legitieme onderwerpen zijn; hoe dwingend een conclusie mag worden opgelegd; wat het beoogde doel van de ethische reflectie is; welke vocabulaire passend wordt geacht; wat op de publieke agenda thuishoort en wat privé is; enzovoorts. Tezamen definiëren dit soort regels de discursieve en praktische ruimte waarbinnen ethici hun werk (mogen) doen. Ze vormen het sociale contract met de samenleving dat de interventies van ethici mogelijk maakt, maar ook begrenst. Mijn hypothese luidt dat het hoog tijd is om de termen van dit contract te herzien. Dat laatste vergt de ‘romantische’ vaardigheid om creatief nieuwe paden te verkennen. Alleen zo kan de ethiek relevant en kritisch blijven in een dynamische technologische cultuur als de onze.”

3 parallelle workshops ‘Ethiek en praktijk anno 2018’ vanuit de zorg, veehouderij en techniek:

Praktijken geanalyseerd door zorgethici: spannend bewegen tussen praktijk en theorie

Dr. Merel Visse en Dr. Inge van Nistelrooij, Universiteit van Humanistiek, vakgroep Zorgethiek

“De zorgethiek is een interdisciplinair veld van onderzoek. Zorgethici maken gebruik van een specifieke analysebenadering bij het zoeken naar antwoorden op de vraag ‘wat is goede zorg in deze particuliere situatie?’. Ze volgen geen voorschriften of vaststaande principes, maar kijken nauwkeurig en diepgaand via diverse conceptuele lenzen naar zorgpraktijken en maken gebruik van specifieke onderzoeksbenaderingen. Aan het eind van deze workshop hebben deelnemers kennisgenomen van het theoretisch kader dat aan deze dialectische benadering tussen theorie en praktijk ten grondslag ligt. Aan de hand van een casus uit de alledaagse zorgpraktijk wordt geoefend met zorgethisch analyseren. Tot slot staan we stil bij de overeenkomsten en verschillen tussen zorgethisch analyseren en andere benaderingen in de ethiek.”

Euthanasie bij zorgdieren in de veehouderij

Drs. Joost van Herten en Dr. Franck Meijboom,

“Er worden in de veehouderij soms dieren geboren die om verschillende reden niet levensvatbaar zijn, ziek worden of gewond raken en met adequate zorg niet beter worden. Ook zijn er regelingen voor voedselveiligheid en transport waardoor dieren in bepaalde gevallen niet naar het slachthuis kunnen en op het bedrijf gedood moeten worden. We spreken dan van ‘zorgdieren’. Voor het welzijn van deze dieren is het beter om ze op tijd te euthanaseren. In de praktijk is de dierenarts echter niet altijd tijdig aanwezig om hierover te adviseren of de euthanasie uit te voeren. Dat betekent dat veehouders deze beslissing zelf moeten nemen en de dieren vervolgens zo goed mogelijk uit hun lijden moeten verlossen. Maar op welke gronden beslissen zij dat, hoe voorkomen we dat economische motieven een rol gaan spelen en hoe garanderen we dat de juiste methode wordt toegepast? Een ethisch afwegingskader kan daarbij helpen en is een voorbeeld van ethiek in praktijk. Franck Meijboom en Joost van Herten zijn betrokken bij de ontwikkeling hiervan. Tijdens deze workshop lichten zij dit proces toe en bespreken zij met de aanwezigen de ethische dilemma’s die zich hierbij voordoen.”

De Slimme stad: van slimme lantaarnpalen tot zelf metende burgers

Dr. Rinie van Est, Rathenau Instituut, in gesprek met Yvonne Kemmerling, voorzitter Future City; Frank Kresin, zakelijk directeur DesignLab Universiteit Twente; Rob Haans, adviseur informatiemanagement gemeente Nijmegen; dr. Merel Noorman, onderzoeker Partnership for smart cities; en prof. dr. Maartje Schermer, Medische ethiek en Filosofie van de geneeskunde.

“In deze workshop draait het om de “slimme stad”. Een omgeving waarin de mens als biologisch wezen steeds intiemer verbonden raakt met een digitale infrastructuur. Aan de hand van een aantal aansprekende voorbeelden willen we in deze workshop nagaan met welke (bio-)ethische kwesties we bij de ontwikkeling van een slimme stad te maken kunnen krijgen. En wat is de rol van ethici in deze ontwikkelingen? Deze voorbeelden zullen we vanuit verschillende invalshoeken met experts uit de praktijk, onderzoek en beleid bespreken. “

We sluiten de middag af met een gezellige borrel.

Aansluitend zullen het bestuur van de NVBe en de redactie van het Podium voor Bio-ethiek gaan dineren in de Tolhuistuin. U bent van harte uitgenodigd hierbij aan te schuiven! (Diner is op eigen kosten).

 

 

NVBe-Jaarprijs 2018: Essaywedstrijd voor leerlingen bovenbouw HAVO/VWO — inzenden kan tot 19 maart!

Voltooid leven, de zelfrijdende auto, invriezen van je eicellen, politieke rechten voor dieren: zomaar wat onderwerpen die voorbijkomen in de krant. Wie had dat 40 jaar geleden kunnen denken? Ethiek gaat over nadenken over goed en kwaad, juist en verkeerd. Dat is van alle tijden. Maar de kwesties, de vragen, de problemen, de dilemma’s veranderen. Met de veranderingen in de zorg, de omgang met dieren, technologie, hoe we over onszelf als mens denken, veranderen ook de kwesties.

Wat zullen de kwesties zijn over, pakweg, 20 jaar of 40 jaar?

Ter gelegenheid van haar vijfentwintigjarige bestaan organiseert de NVBe een essaywedstrijd voor leerlingen van de bovenbouw van HAVO en VWO (klas 4 en hoger).

“Hoe ziet de samenleving er in de toekomst uit? Welke bio-ethische kwestie zullen we mee geconfronteerd worden – kwesties van goed en kwaad betreffende het leven, de zorg, dieren, technologie? Hoe hiermee om te gaan? Denk out-of-the-box, laat je fantasie de vrije loop, vertel ons wat wij, ‘volwassenen’, niet kúnnen of misschien zelfs willen weten! Werk het zo uit, dat wij het ook goed kunnen snappen.”

De NVBe heeft als doel de discussie over bio-ethische kwesties over mens, dier en natuur te bevorderen. Ook op academische niveau, maar vooral in organisaties en instellingen. Breed geïnformeerd en dicht bij de praktijk.

Elke drie jaar reiken we de NVBe-Jaarprijs uit. In 2015 gaven we de prijs aan Pascal Borry en Gert Matthijs voor hun boek ‘Iedereen geniaal: Humane genetica in woorden en cartoons’, zie: https://nvbioethiek.wordpress.com/nvbe-jaarprijs/.

Dit keer reiken we de NVBe-Jaarprijs uit aan de schrijvers van de drie beste essays in deze essaywedstrijd. De drie winnaars ontvangen €50,- en we publiceren de winnende essays in een bundel die we presenteren op het Jubileumsymposium op donderdag 19 april 2018.

Het essay mag uit maximaal 1500 woorden bestaan.

Het essay maakt des te meer kans in de prijzen te vallen naar de mate dat het:

  • een nog ongedachte kwestie op een prikkelende wijze naar voren brengt (originaliteit)
  • die kwestie goed uitdiept en meerdere aspecten laat zien (diepgang)
  • beargumenteert waarom dit een morele kwestie is en niet alleen een kwestie van smaak, financiën of techniek, zonder dat het per se een oordeel of een standpunt weergeeft (ethiek)
  • goed leesbaar is (leesbaarheid)

Inlevertermijn verlengd!!!: 19 maart 2018

Inleveradres: info@nvbe.nl, onder vermelding van ‘Essaywedstrijd NVBe 2018’

De essays worden beoordeeld door een jury bestaande uit Marijn Sikken, schrijfster (marijnsikken.nl), Guus Timmerman, secretaris NVBe, en Alderik Visser, leerplanontwikkelaar geschiedenis en burgerschap bij SLO en lid Vereniging Filosofiedocenten in het Voortgezet Onderwijs (VFVO: www.vfvo.nl) (www.alderik.nl).

NVBe Onderwijsmiddag

Beste NVBE-leden, beste geïnteresseerden, beste allemaal,
Graag nodigen wij u uit voor de Onderwijsmiddag van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek ‘De rol van theorie in ethiekonderwijs’ op dinsdagmiddag 21 november 2017 in Utrecht.

De onderwijsmiddag 2017 zal in het teken staan van de rol van ethische theorieën in ethiekonderwijs binnen verschillende disciplines. In hoeverre wordt theorie gebruikt om ethiekonderwijs te doceren? Wat zijn de leerdoelen van het ethiekonderwijs? Wat willen we studenten meegeven? En wat is de rol van theorie hierin?

Sprekers uit verschillende disciplines (gezondheidszorg, dier en milieu) met een eigen visie op ethiekonderwijs zullen deze middag aan het woord komen. Daarnaast willen we graag met u in debat over dit thema. Het zal een interactieve middag worden.

Sprekers:
Mariëlle Diepeveen is docent en onderzoeker medische ethiek bij VUmc (afdeling Metamedica). Zij doet promotieonderzoek naar het ethiekonderwijs binnen de geneeskundeopleiding.

Gilbert Leistra is docent-onderzoeker aan Hogeschool Van Hall Larenstein. In zijn onderwijs maakt hij gebruik van praktisch filosofische handvatten om studenten te laten reflecteren op hun toekomstige beroepspraktijk.

Jos Kole is universitair docent ‘Beroepsethiek in de gezondheidszorg’ bij het Radboudumc (afd. IQ healthcare). Hij heeft zich gespecialiseerd in beroepsethisch onderwijs en onderzoek, en publiceert daar geregeld over. Zie http://www.joskole.nl

Het programma start om 13.30 uur (vanaf 13.00 uur inloop met koffie en thee). De middag zal om 17.00 uur worden afgesloten met een borrel.

Locatie: Academiegebouw (Belle van Zuylenzaal), Domplein 29, Utrecht.

Deelnemen? U kunt zich aanmelden voor de onderwijsmiddag via emailadres: ledenadministratie@nvbe.nl . Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding onderwijsmiddag NVBe 2017’. Schrijf in de email of u lid bent van de NVBe. Na aanmelding ontvangt u een bevestiging (leden) of een factuur (niet-leden). Deelname voor NVBe-leden is gratis en kost voor niet-leden €17,50.

Natuurlijk mag u deze uitnodiging verspreiden onder mogelijk geïnteresseerden.

NVBe Podium 2016-4: Natuur & Natuurlijkheid

‘Natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’. Het zijn termen die we vaak tegenkomen in bio-ethische debatten. We willen geen E-nummers in ons voedsel en liever is het biologisch. De verpakking van een bekend merk thee stelt de consument gerust: ‘with natural plants’. Vrouwen van nu zoeken hun bevrijding in anticonceptiemethoden die hormoonvrij zijn en verzet tegen de vaccinatie van kinderen vinden we al lang niet meer alleen in religieuze kringen. Wat natuurlijk is, is goed.

Natuurlijkheid is ook een populair thema in discussies over biotechnologie. Volgens een enquête van 2010 vindt 68% van de Nederlandse bevolking genetisch gemodificeerd voedsel ‘fundamenteel onnatuurlijk’. Recent maakte de Belgische firma Ecover hun voornemen bekend om zeep te willen ontwikkelen met algenolie, als alternatief voor palmolie – een belangrijke oorzaak van ontbossing in regenwouden. Het alternatief wordt geproduceerd door algen die door middel van synthetische biologie zijn aangepast. Een coalitie van internationale maatschappelijke organisaties was hier niet gelukkig mee en startte de petitie ‘synthetische biologie is niet “natuurlijk”’. Onnatuurlijk is fout.

Welke betekenis(sen) kennen we anno 2016 toe aan ‘het natuurlijke’? Hoe is dit verschoven door de eeuwen heen? Wat bedoelen burgers, NGO’s, politici en media als ze ‘natuurlijkheid’ en ‘onnatuurlijkheid’ gebruiken als argumenten in debatten? Welk gewicht hebben deze argumenten?  En wat te denken van de menselijke natuur in een tijd waarin het aanpassen van het menselijk genoom binnen handbereik komt?

De artikelen uit dit nummer van NVBe Podium (Natuur & Natuurlijkheid PDF)

  • Rousseau en de ‘natuurlijke’ opvoeding – Henk van den Belt
  • Bestaat ‘natuurlijk’ eten? – Luca Consoli
  • De schijn van natuur: de inzet van Virtual Reality voor de betrokkenheid op natuur – Wilfrey van der Linden en Joost Alleblas
  • Gemaakt in het lab. ‘Gut feelings’ bij nieuwe voortplantingstechnieken – Sanne van der Hout
  • Het onnatuurlijkheidsargument en de rashonden problematiek – Bernice Bovenkerk en Hanneke Nijland
  • Er is ‘natuurlijk’ wel een verschil – Masimiliano Simons
  • Natuur en technologie: bondgenoot of vijand? – Lotte Asveld en Dirk Stemerding
  • Boekrecensie: After Nature – Gerbrand Haverkamp

‘Hieronder de bijdrage van Marjoleine van der Meij over haar onderzoek naar hoe kinderen met hun ouders reflecteren op de vraag: ‘wat is natuur?’.

Kinderen, papa’s en mama’s, natuurlijkheid en biotechnologie
Marjoleine van der Meij

Vroeg of laat krijgt onze huidige generatie kinderen te maken met biotechnologie: in voedsel, in de zorg, of misschien zelfs wel in het stemmen op politieke partijen. Daarom is het belangrijk om kinderen – op een speelse manier – voor te bereiden op het maken van keuzes rondom biotechnologie. Ons MeningenLab onderzoek, laat zien dat reflectie op diepere vragen zoals ‘wat is natuur?’, kinderen helpt om verschillende meningen af te wegen. In dit stuk beschrijf ik hoe en waarom.

Spelen met bio-tech

In het MeningenLab (ML) (Van der Meij 2015), faciliteren wij gesprekken tussen kind en ouder met behulp van een DNA-puzzel (zie afbeelding), tekeningen en geluidsfragmenten van vier typetjes die elk een bepaalde houding ten aanzien van synthetische biologie representeren (zie: Kupper & Van der Meij 2015). We spreken hen over één van de volgende drie biotechnologie toepassingen: een E-coli bacterie die plastic kan ‘eten’, een bacteriofaag die ziektes opspoort en vernietigt in je lichaam, óf een fruitplant die haar voedsel deels uit de lucht haalt en zo bijna overal kan groeien. Op dit moment analyseren we de bevindingen van 26 testsessies die we in 2015 deden met het ML prototype in wetenschapsmuseum NEMO (Amsterdam). We deden testsessies met telkens één kind tussen de 8 en 12 jaar, plus hun vader óf moeder.

genetisch-speelgoed

Figuur 1: In deze puzzel van een fictieve celkern, kan het kind ‘DNA’ op verschillende manieren plaatsen en daarmee een ‘synthetisch organisme’ maken.

In 10 testsessies bespraken we de ‘overal groeiende fruitplant’, waarbij we kinderen en ouders vroegen ‘wat is eigenlijk natuur?’. De reden dat wij deze ‘diepere vraag’ stellen in het ML, baseren wij op frame reflectie theorie: naast de reflectie op meningen, schept reflectie op de veelal onuitgesproken onderliggende waarden en aannames aandacht voor diversiteit (Schön & Rein 1994). Bovendien helpt dergelijke reflectie in het verbreden en verdiepen van de eigen mening. De veronderstelling is dat dergelijke reflectie mensen helpt om op een wederzijds respectvolle en leerzame manier deel te nemen aan de (maatschappelijke) dialoog over complexe vraagstukken, zoals de toepassing van biotechnologie. Aan de hand van de onderstaande samenvatting van de ML testsessie-data over de fruitplant, zal ik dit frame reflectie proces en de potentiële waarde ervan, illustreren.

Natuurdefinities

Bij het stellen van de vraag wat is eigenlijk natuur? definieerden de meeste kinderen de natuur in termen van haar ‘objecten’, zoals de volgende quote laat zien (kind-deelnemer):

Buiten, planten, zee (…) dieren. (…) iets waar we zelf niet aan hebben gezeten… Dat zelf is gekomen.”

Ouders neigden naar meer thematische natuurbeschrijvingen, waarin woorden zoals ‘zelf-ontstaan’, ‘zelf-groeiend’ en ‘levend’ domineerden. De quote hierboven illustreert nog iets anders. Namelijk dat veel kinderen en ouders de natuur zagen als iets dat niet, of weinig, door mensen is aangeraakt. Een enkeling noemde daarbij ook de schepping (door ‘god’), zoals de volgende uitspraak van een ouder illustreert:

Als de aarde zou zijn zoals ze geschapen is, dan is natuur om ons heen allemaal natuur (…).”

De meeste kinderen beschouwden de mens zelf ‘een beetje’ als onderdeel van de natuur. Ouders gingen daar veelal in mee. De volgende uitspraak van één van de kind-deelnemers illustreert deze dualiteit mooi:

Als je het over jungle hebt en oerwoud, dan horen de mensen er niet bij, want die kappen alle bomen en dat is weer zonde van de natuur (..). Maar wanneer mensen op het land werken, dan horen ze er wel bij.”

Een ander kind benaderde deze ‘hybriditeit’ vanuit het perspectief van planten en dieren:

“Maar hun [bossen en dieren] vinden ons misschien wel ‘de natuur’. Ja, ik vind het zelf niet heel erg. Maar eigenlijk ben je [dan] wel een onderdeel van de natuur (…). Ja een beetje dan.”

Het waren met name de ouders die spraken over het verschil tussen natuur en niet-natuur, zoals de volgende quote illustreert:

(…) In natuur zit voor mij iets van leven. Ook al is een steen ook wel natuur. En als je er zelf aan gaat veranderen, dan wordt het een soort niks. Maar het blijft ook wel natuur. Ik zie een aangelegd bos ook wel als natuur. Ook al heb je het zelf aangelegd. (…) Wij zijn eigenlijk ook natuur. Dus ik denk dat er wel een verschil is tussen een huis dat je bouwt en een plant die je kweekt. Ik zie een plant dan toch meer als een natuur dan het huis.

Naast ‘een soort niks’, waar deze ouder over spreekt, introduceerde een andere ouder de woorden “kunstmatige natuur”. Deze bewoordingen verwijzen naar een soort ‘as’ tussen natuur (objecten die voorkomen in hun ‘oorspronkelijke’ verschijningsvorm) en niet-natuur (aangeraakt door mensen).

Samengevat, zagen kinderen en ouders de natuur dus als levende, autonoom groeiende planten en dieren, die niet (teveel) zijn aangeraakt of aangepast door de mens; de mens behoort deels zelf tot de natuur, afhankelijk van de situatie. Als mensen de natuur hebben aangeraakt, ontstaat er een soort nieuwe orde, een ‘minder natuurlijke’ natuur.

Dit bouwt een mooie brug naar de uitspraken van kinderen en ouders in de ML testsessies over genetisch aangepaste fruitplanten, in relatie tot natuurlijkheid.  

Natuur(lijkheid) en genetische aanpassing

Aan het begin van de ML testsessies, vóór het gesprek over de vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’, zeiden de kinderen veelal dat ze een genetisch aangepaste fruitplant supercool óf soms juist heel raar of eng vonden. De meeste ouders achtten de plant potentieel nuttig voor het oplossen van voedselproblemen, maar hadden ook zorgen. Bijvoorbeeld over de kans op mogelijke onvoorziene gevolgen.

Na reflectie op de diepere vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’, zagen we echter een interessant verloop. We vroegen kinderen en ouders namelijk opnieuw, nadat ze deze vraag hadden besproken, naar hun mening betreft de fruitplant. Allereerst, uitten veel van onze kind-deelnemers uitspraken zoals:

“Nee (…), ja, omdat dit, ja.. Ja.. Het is niet.. Ehhh, ik weet niet hoe ik dat moet vertellen (..) Ze hebben het gemaakt dus dan is het niet natuur toch?”.

Maar toch overwogen onze deelnemers ook dat de genetisch aangepaste plant wel ‘een beetje natuurlijk’ kan zijn, zoals één kind zei:

“Ja, (…) omdat het waarschijnlijk ook wel groen wordt.”

Iets concreter, stelde één ouder:

“Dan vind ik het voor 10% natuur, want er zitten nog wel natuurlijke stoffen in.”

Waarna het kind concludeerde:

“Dan ziet het eruit als natuur, maar dat is het niet!”

Die ‘schijn van natuur’ bij genetisch aangepaste planten, zoals het kind in deze laatste quote benoemt, leek ervoor te zorgen dat ouders en kinderen een genetisch aangepast organisme wel enigszins natuurlijk vonden. Maar, de notie ‘aanpassing door de mens’, zette de kinderen en ouders ook nader aan het denken over de plaatsing van door mensen gecreëerde planten in het spectrum natuurlijk-onnatuurlijk.

Aan het einde van de ML-testsessies vroegen we kinderen en ouders opnieuw naar hun mening over de genetisch aangepast fruitplant. De dominante mening is als volgt samen te vatten: cool als het kan, maar we moeten er wel heel voorzichtig mee zijn. Interessant is, dat na reflectie op de diepere vraag ‘wat is natuur?’, kinderen dus iets voorzichtiger keken naar biotechnologie en ouders juist nog iets meer ‘open’ gingen staan voor de mogelijkheden. De initieel super-enthousiaste en superkritische visies groeiden deels naar elkaar toe.

De stap naar maatschappelijke dialoog

Wat leren we van het MeningenLab en de reflecties die we met kinderen en ouders deden op de diepere vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’. Wel, het proces liet onze deelnemers nadenken over het genetisch aanpassen van organismen door de mens. Door de vraag ‘wat is natuur?’, gingen onze deelnemers op zoek naar definities voor natuur en niet-natuur, maar onderzochten ze ook de relatie tussen mensen en natuur. In dat proces ontstond het beeld dat natuur en niet-natuur niet zo zwart-wit te scheiden zijn.

Op basis van ons onderzoek vermoed ik dat nadenken over diepere vragen zoals ‘wat is natuur?’, mensen op een nieuwe manier doet kijken naar toepassingen van biotechnologie. Waar ze initieel enthousiast of juist superkritisch zijn, doet een diepere vraag hen beter begrijpen waar hun initiële visie vandaan komt. Deze reflectie laat hen soms ook andere visies meer waarderen en de eigen visie veranderen of verduidelijken. Zeker als diverse visies op de zaak in een veilige en rustige setting op hen ‘afkomen’, zoals wij in het MeningenLab deden door middel van geluidsfragmenten en gefaciliteerde gesprekken tussen kind en ouder.

De ontwikkeling van wederzijds respect voor verschillende zienswijzen kan een belangrijk uitgangspunt zijn voor de (toekomstige) maatschappelijke discussie over de toekomst van de biotechnologie. Immers, alleen met respect voor diversiteit kan in alle rust gezocht worden naar gemeenschappelijke basis en of allicht een gedeeltelijk gedeelde zienswijze.

Ik zou er daarom voor willen pleiten dat informele leeromgevingen zoals tentoonstellingen in het NEMO, aandacht besteden aan reflectie op hedendaagse ontwikkelingen in de wetenschap, door bezoekers diepere vragen te stellen, die tot nadenken prikkelen over waarden en aannames. Daarnaast pleit ik ervoor dat de we in zulke leeromgevingen speelse elementen incorporeren (zoals verhalen of geluidsfragmenten) waarmee diverse meningen en onderliggende zienswijzen over het voetlicht komen.

(dit artikel als PDF)

Drs. ir. Marjoleine van der Meij werkt als docent-onderzoeker Wetenschapscommunicatie bij het Athena Instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) en Innovatie bij Centre for Innovation (Leiden Universiteit). Haar promotieonderzoek gaat over het ontwerpen van speelse reflectie tools en processen voor de dialoog tussen wetenschap en maatschappij in het kader van verantwoord innoveren.

Literatuur

Van der Meij M.G. (2015). ‘Opinion Lab – Towards informal learning spaces for deliberation on science’. In: Roots, Botanic Gardens Conservation International Education Review, Vol 12, nr 2, p 32-24.

Kupper F. & M.G. van der Meij (2015) ‘Ontdek wat je vindt in het Frame Reflection Lab’. Podium voor Bio-ethiek. Thema: Nieuwe didactische werkvormen in ethiekonderwijs. Jaargang 22, nr. 1, p 20-23.

Schön, D.A. & M. Rein (1994) Frame Reflection: Toward the Resolution of Intractable Policy Controversies. New York: Basic Books.