NVBe Podium 2016-4: Natuur & Natuurlijkheid

‘Natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’. Het zijn termen die we vaak tegenkomen in bio-ethische debatten. We willen geen E-nummers in ons voedsel en liever is het biologisch. De verpakking van een bekend merk thee stelt de consument gerust: ‘with natural plants’. Vrouwen van nu zoeken hun bevrijding in anticonceptiemethoden die hormoonvrij zijn en verzet tegen de vaccinatie van kinderen vinden we al lang niet meer alleen in religieuze kringen. Wat natuurlijk is, is goed.

Natuurlijkheid is ook een populair thema in discussies over biotechnologie. Volgens een enquête van 2010 vindt 68% van de Nederlandse bevolking genetisch gemodificeerd voedsel ‘fundamenteel onnatuurlijk’. Recent maakte de Belgische firma Ecover hun voornemen bekend om zeep te willen ontwikkelen met algenolie, als alternatief voor palmolie – een belangrijke oorzaak van ontbossing in regenwouden. Het alternatief wordt geproduceerd door algen die door middel van synthetische biologie zijn aangepast. Een coalitie van internationale maatschappelijke organisaties was hier niet gelukkig mee en startte de petitie ‘synthetische biologie is niet “natuurlijk”’. Onnatuurlijk is fout.

Welke betekenis(sen) kennen we anno 2016 toe aan ‘het natuurlijke’? Hoe is dit verschoven door de eeuwen heen? Wat bedoelen burgers, NGO’s, politici en media als ze ‘natuurlijkheid’ en ‘onnatuurlijkheid’ gebruiken als argumenten in debatten? Welk gewicht hebben deze argumenten?  En wat te denken van de menselijke natuur in een tijd waarin het aanpassen van het menselijk genoom binnen handbereik komt?

De artikelen uit dit nummer van NVBe Podium (Natuur & Natuurlijkheid PDF)

  • Rousseau en de ‘natuurlijke’ opvoeding – Henk van den Belt
  • Bestaat ‘natuurlijk’ eten? – Luca Consoli
  • De schijn van natuur: de inzet van Virtual Reality voor de betrokkenheid op natuur – Wilfrey van der Linden en Joost Alleblas
  • Gemaakt in het lab. ‘Gut feelings’ bij nieuwe voortplantingstechnieken – Sanne van der Hout
  • Het onnatuurlijkheidsargument en de rashonden problematiek – Bernice Bovenkerk en Hanneke Nijland
  • Er is ‘natuurlijk’ wel een verschil – Masimiliano Simons
  • Natuur en technologie: bondgenoot of vijand? – Lotte Asveld en Dirk Stemerding
  • Boekrecensie: After Nature – Gerbrand Haverkamp

‘Hieronder de bijdrage van Marjoleine van der Meij over haar onderzoek naar hoe kinderen met hun ouders reflecteren op de vraag: ‘wat is natuur?’.

Kinderen, papa’s en mama’s, natuurlijkheid en biotechnologie
Marjoleine van der Meij

Vroeg of laat krijgt onze huidige generatie kinderen te maken met biotechnologie: in voedsel, in de zorg, of misschien zelfs wel in het stemmen op politieke partijen. Daarom is het belangrijk om kinderen – op een speelse manier – voor te bereiden op het maken van keuzes rondom biotechnologie. Ons MeningenLab onderzoek, laat zien dat reflectie op diepere vragen zoals ‘wat is natuur?’, kinderen helpt om verschillende meningen af te wegen. In dit stuk beschrijf ik hoe en waarom.

Spelen met bio-tech

In het MeningenLab (ML) (Van der Meij 2015), faciliteren wij gesprekken tussen kind en ouder met behulp van een DNA-puzzel (zie afbeelding), tekeningen en geluidsfragmenten van vier typetjes die elk een bepaalde houding ten aanzien van synthetische biologie representeren (zie: Kupper & Van der Meij 2015). We spreken hen over één van de volgende drie biotechnologie toepassingen: een E-coli bacterie die plastic kan ‘eten’, een bacteriofaag die ziektes opspoort en vernietigt in je lichaam, óf een fruitplant die haar voedsel deels uit de lucht haalt en zo bijna overal kan groeien. Op dit moment analyseren we de bevindingen van 26 testsessies die we in 2015 deden met het ML prototype in wetenschapsmuseum NEMO (Amsterdam). We deden testsessies met telkens één kind tussen de 8 en 12 jaar, plus hun vader óf moeder.

genetisch-speelgoed

Figuur 1: In deze puzzel van een fictieve celkern, kan het kind ‘DNA’ op verschillende manieren plaatsen en daarmee een ‘synthetisch organisme’ maken.

In 10 testsessies bespraken we de ‘overal groeiende fruitplant’, waarbij we kinderen en ouders vroegen ‘wat is eigenlijk natuur?’. De reden dat wij deze ‘diepere vraag’ stellen in het ML, baseren wij op frame reflectie theorie: naast de reflectie op meningen, schept reflectie op de veelal onuitgesproken onderliggende waarden en aannames aandacht voor diversiteit (Schön & Rein 1994). Bovendien helpt dergelijke reflectie in het verbreden en verdiepen van de eigen mening. De veronderstelling is dat dergelijke reflectie mensen helpt om op een wederzijds respectvolle en leerzame manier deel te nemen aan de (maatschappelijke) dialoog over complexe vraagstukken, zoals de toepassing van biotechnologie. Aan de hand van de onderstaande samenvatting van de ML testsessie-data over de fruitplant, zal ik dit frame reflectie proces en de potentiële waarde ervan, illustreren.

Natuurdefinities

Bij het stellen van de vraag wat is eigenlijk natuur? definieerden de meeste kinderen de natuur in termen van haar ‘objecten’, zoals de volgende quote laat zien (kind-deelnemer):

Buiten, planten, zee (…) dieren. (…) iets waar we zelf niet aan hebben gezeten… Dat zelf is gekomen.”

Ouders neigden naar meer thematische natuurbeschrijvingen, waarin woorden zoals ‘zelf-ontstaan’, ‘zelf-groeiend’ en ‘levend’ domineerden. De quote hierboven illustreert nog iets anders. Namelijk dat veel kinderen en ouders de natuur zagen als iets dat niet, of weinig, door mensen is aangeraakt. Een enkeling noemde daarbij ook de schepping (door ‘god’), zoals de volgende uitspraak van een ouder illustreert:

Als de aarde zou zijn zoals ze geschapen is, dan is natuur om ons heen allemaal natuur (…).”

De meeste kinderen beschouwden de mens zelf ‘een beetje’ als onderdeel van de natuur. Ouders gingen daar veelal in mee. De volgende uitspraak van één van de kind-deelnemers illustreert deze dualiteit mooi:

Als je het over jungle hebt en oerwoud, dan horen de mensen er niet bij, want die kappen alle bomen en dat is weer zonde van de natuur (..). Maar wanneer mensen op het land werken, dan horen ze er wel bij.”

Een ander kind benaderde deze ‘hybriditeit’ vanuit het perspectief van planten en dieren:

“Maar hun [bossen en dieren] vinden ons misschien wel ‘de natuur’. Ja, ik vind het zelf niet heel erg. Maar eigenlijk ben je [dan] wel een onderdeel van de natuur (…). Ja een beetje dan.”

Het waren met name de ouders die spraken over het verschil tussen natuur en niet-natuur, zoals de volgende quote illustreert:

(…) In natuur zit voor mij iets van leven. Ook al is een steen ook wel natuur. En als je er zelf aan gaat veranderen, dan wordt het een soort niks. Maar het blijft ook wel natuur. Ik zie een aangelegd bos ook wel als natuur. Ook al heb je het zelf aangelegd. (…) Wij zijn eigenlijk ook natuur. Dus ik denk dat er wel een verschil is tussen een huis dat je bouwt en een plant die je kweekt. Ik zie een plant dan toch meer als een natuur dan het huis.

Naast ‘een soort niks’, waar deze ouder over spreekt, introduceerde een andere ouder de woorden “kunstmatige natuur”. Deze bewoordingen verwijzen naar een soort ‘as’ tussen natuur (objecten die voorkomen in hun ‘oorspronkelijke’ verschijningsvorm) en niet-natuur (aangeraakt door mensen).

Samengevat, zagen kinderen en ouders de natuur dus als levende, autonoom groeiende planten en dieren, die niet (teveel) zijn aangeraakt of aangepast door de mens; de mens behoort deels zelf tot de natuur, afhankelijk van de situatie. Als mensen de natuur hebben aangeraakt, ontstaat er een soort nieuwe orde, een ‘minder natuurlijke’ natuur.

Dit bouwt een mooie brug naar de uitspraken van kinderen en ouders in de ML testsessies over genetisch aangepaste fruitplanten, in relatie tot natuurlijkheid.  

Natuur(lijkheid) en genetische aanpassing

Aan het begin van de ML testsessies, vóór het gesprek over de vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’, zeiden de kinderen veelal dat ze een genetisch aangepaste fruitplant supercool óf soms juist heel raar of eng vonden. De meeste ouders achtten de plant potentieel nuttig voor het oplossen van voedselproblemen, maar hadden ook zorgen. Bijvoorbeeld over de kans op mogelijke onvoorziene gevolgen.

Na reflectie op de diepere vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’, zagen we echter een interessant verloop. We vroegen kinderen en ouders namelijk opnieuw, nadat ze deze vraag hadden besproken, naar hun mening betreft de fruitplant. Allereerst, uitten veel van onze kind-deelnemers uitspraken zoals:

“Nee (…), ja, omdat dit, ja.. Ja.. Het is niet.. Ehhh, ik weet niet hoe ik dat moet vertellen (..) Ze hebben het gemaakt dus dan is het niet natuur toch?”.

Maar toch overwogen onze deelnemers ook dat de genetisch aangepaste plant wel ‘een beetje natuurlijk’ kan zijn, zoals één kind zei:

“Ja, (…) omdat het waarschijnlijk ook wel groen wordt.”

Iets concreter, stelde één ouder:

“Dan vind ik het voor 10% natuur, want er zitten nog wel natuurlijke stoffen in.”

Waarna het kind concludeerde:

“Dan ziet het eruit als natuur, maar dat is het niet!”

Die ‘schijn van natuur’ bij genetisch aangepaste planten, zoals het kind in deze laatste quote benoemt, leek ervoor te zorgen dat ouders en kinderen een genetisch aangepast organisme wel enigszins natuurlijk vonden. Maar, de notie ‘aanpassing door de mens’, zette de kinderen en ouders ook nader aan het denken over de plaatsing van door mensen gecreëerde planten in het spectrum natuurlijk-onnatuurlijk.

Aan het einde van de ML-testsessies vroegen we kinderen en ouders opnieuw naar hun mening over de genetisch aangepast fruitplant. De dominante mening is als volgt samen te vatten: cool als het kan, maar we moeten er wel heel voorzichtig mee zijn. Interessant is, dat na reflectie op de diepere vraag ‘wat is natuur?’, kinderen dus iets voorzichtiger keken naar biotechnologie en ouders juist nog iets meer ‘open’ gingen staan voor de mogelijkheden. De initieel super-enthousiaste en superkritische visies groeiden deels naar elkaar toe.

De stap naar maatschappelijke dialoog

Wat leren we van het MeningenLab en de reflecties die we met kinderen en ouders deden op de diepere vraag ‘wat is eigenlijk natuur?’. Wel, het proces liet onze deelnemers nadenken over het genetisch aanpassen van organismen door de mens. Door de vraag ‘wat is natuur?’, gingen onze deelnemers op zoek naar definities voor natuur en niet-natuur, maar onderzochten ze ook de relatie tussen mensen en natuur. In dat proces ontstond het beeld dat natuur en niet-natuur niet zo zwart-wit te scheiden zijn.

Op basis van ons onderzoek vermoed ik dat nadenken over diepere vragen zoals ‘wat is natuur?’, mensen op een nieuwe manier doet kijken naar toepassingen van biotechnologie. Waar ze initieel enthousiast of juist superkritisch zijn, doet een diepere vraag hen beter begrijpen waar hun initiële visie vandaan komt. Deze reflectie laat hen soms ook andere visies meer waarderen en de eigen visie veranderen of verduidelijken. Zeker als diverse visies op de zaak in een veilige en rustige setting op hen ‘afkomen’, zoals wij in het MeningenLab deden door middel van geluidsfragmenten en gefaciliteerde gesprekken tussen kind en ouder.

De ontwikkeling van wederzijds respect voor verschillende zienswijzen kan een belangrijk uitgangspunt zijn voor de (toekomstige) maatschappelijke discussie over de toekomst van de biotechnologie. Immers, alleen met respect voor diversiteit kan in alle rust gezocht worden naar gemeenschappelijke basis en of allicht een gedeeltelijk gedeelde zienswijze.

Ik zou er daarom voor willen pleiten dat informele leeromgevingen zoals tentoonstellingen in het NEMO, aandacht besteden aan reflectie op hedendaagse ontwikkelingen in de wetenschap, door bezoekers diepere vragen te stellen, die tot nadenken prikkelen over waarden en aannames. Daarnaast pleit ik ervoor dat de we in zulke leeromgevingen speelse elementen incorporeren (zoals verhalen of geluidsfragmenten) waarmee diverse meningen en onderliggende zienswijzen over het voetlicht komen.

(dit artikel als PDF)

Drs. ir. Marjoleine van der Meij werkt als docent-onderzoeker Wetenschapscommunicatie bij het Athena Instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) en Innovatie bij Centre for Innovation (Leiden Universiteit). Haar promotieonderzoek gaat over het ontwerpen van speelse reflectie tools en processen voor de dialoog tussen wetenschap en maatschappij in het kader van verantwoord innoveren.

Literatuur

Van der Meij M.G. (2015). ‘Opinion Lab – Towards informal learning spaces for deliberation on science’. In: Roots, Botanic Gardens Conservation International Education Review, Vol 12, nr 2, p 32-24.

Kupper F. & M.G. van der Meij (2015) ‘Ontdek wat je vindt in het Frame Reflection Lab’. Podium voor Bio-ethiek. Thema: Nieuwe didactische werkvormen in ethiekonderwijs. Jaargang 22, nr. 1, p 20-23.

Schön, D.A. & M. Rein (1994) Frame Reflection: Toward the Resolution of Intractable Policy Controversies. New York: Basic Books.

Oproep: Podiumbijdragen ‘Tekort aan organen’

Het Podium voor Bio-ethiek nodigt u uit een bijdrage te schrijven over het thema ‘Tekort aan organen’.

De recente instemming van de Tweede Kamer met het wetsvoorstel van D66 voor een nieuw registratiesysteem heeft het thema orgaandonatie weer prominent onder de aandacht gebracht. Weliswaar verandert er niets vooraleer ook de Eerste Kamer zich er over uitgesproken heeft –  dat wil zeggen er ook mee ingestemd heeft – maar alleen al het vooruitzicht brengt de nodige beroering teweeg. Enerzijds is er de lang gekoesterde  hoop dat er nu eindelijk een doorbraak zal zijn naar een effectiever systeem, anderzijds is er bezorgdheid en zelfs protest over inmenging van de overheid in zeer gevoelige privé-beslissingen van burgers betreffende het dode lichaam van hun dierbaren en zichzelf.  Dat protest was bijvoorbeeld af te lezen aan de resultaten van de donorweek van dit jaar: het aantal registraties was twee keer zo hoog dan het jaar ervoor en voor het eerst waren er meer registraties met ‘nee’ dan ‘ja’ (76% vs 24%).

De nood aan organen is duidelijk: patiënten die nu op wachtlijsten staan, hebben deze vroeg of laat nodig om te kunnen overleven en/of uitzicht te krijgen op een betere kwaliteit van leven. Hoe aan die organen te komen is de kwestie. Legitimeert die nood dat de overheid burgers aanspoort en druk op hen uitoefent om tot een beslissing te komen? Of is dat aantasting van het zelfbeschikkingsrecht? Moet de overheid niet meer behoedzaamheid en respect betonen bij een dusdanig gevoelig onderwerp als (eigen) sterven, rouw en lichamelijke integriteit, en dus op afstand blijven? Of geldt eerder het omgekeerde: het grote belang van het redden van een leven verplicht iedereen minstens tot het maken van een uitgesproken keuze?

Maar misschien hoeft het spel wel niet zo hoog gespeeld te worden en zijn er (weldra) andere mogelijkheden om de nood te ledigen. Hoe zit het met orgaandonatie bij leven, door een familielid, een vriend, een bekende of zelfs een onbekende? Hoe staat het met bio-technologische ontwikkelingen, zoals het kweken van organen? Gaan die het tekort aan organen in de nabije toekomst oplossen? Welke ethische en filosofische vragen spelen daarbij?

Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium over één van deze (of gerelateerde) vragen?  Stuur altijd eerst een voorstel naar de themaredactie info@liekevanderscheer.nl , Laurien.schrijver@catharinaziekenhuis.nleric.vd.laar@catharinaziekenhuis.nl.  Houdt er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De deadline voor volledige bijdragen (ca. 1500 woorden) is 1 maart 2017. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.

Lieke van der Scheer, Laurien Schrijver, Eric van de Laar

 

Jaarsymposium 30 maart 2017 – Gezondheid in meervoud: ethische aspecten bij ‘One Health’

Het NVBe jaarsymposium 2017, op donderdag 30 maart zal in het teken staan van “Gezondheid in meervoud: Over ethische aspecten bij One Health en de noodzaak tot samenwerking binnen de ethiek, het Preadvies 2017 geschreven door dr. Franck Meijboom (Ethiek Instituut en Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht) en drs. Joachim Nieuwland (Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden).

12.00u -12.45u: Algemene ledenvergadering NVBe (Drift 15, Utrecht, zaal 003))
13.00u-13.30u Inloop Jaarsymposium (Janskerkhof 2-3, Utrecht, zaal 013)
13.30u – 17.00u: Jaarsymposium: Ethische aspecten bij ‘One Health’.
17.00 Borrel

Onder de noemer ‘One Health’ is wereldwijd aandacht voor de verwevenheid van de gezondheidsrisico’s voor mensen, dieren en ecosystemen. We worden ons er steeds meer, of opnieuw, van bewust dat mens en dier in gemeenschappelijke ecosystemen vertoeven met voortdurende uitwisseling en evolutie van bacteriën en virussen. Geregeld is er nieuws over infectieziekten die (mogelijk) worden uitgewisseld tussen mens en dier, tussen wilde en (landbouw)huisdieren, via voedsel of de lucht. Er is het vraagstuk over antibioticaresistentie bij mens en dier, maar ook de mate waarin proefdieren model kunnen en moeten staan voor menselijke gezondheid. En er zijn vragen over de invloed van natuurlijke en geconstrueerde omgevingen op de gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen.

Het omgaan met deze verschijnselen vereist samenwerking tussen meerdere wetenschappelijke disciplines: diergeneeskunde, humane medische wetenschap, virologie, etc. En ‘One health’ omvat uiteenlopende maatschappelijke kwesties, die beleidsterreinen verbindt en nieuwe (bio)ethische vragen oproepen. Hoe worden de belangen van mens en verschillende soorten dieren afgewogen? Hoe worden hierbij verschillende dierpraktijken gewaardeerd, van vogelmigratie tot intensieve veehouderij?

Na de presentatie van het Preadvies 2017 door de auteurs, wordt de discussie voorafgegaan door een viertal co-referenten uit filosofie, wetenschap en praktijk:

Dr. Hendrik-Jan Roest is veterinair microbioloog, hoofd van de afdeling Bacteriologie & Epidemiologie van Wageningen Bioveterinary Research.

Dr. André Krom werkt als sr. beleidsadviseur nieuwe technologieën bij het RIVM (Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten, afdeling Nanotechnologie, Arbo en Transport). Hij studeerde wijsbegeerte (ethiek, sociale en politieke filosofie) en promoveerde op een proefschrift op het gebied van ethiek van volksgezondheid (de rechtvaardiging van dwang en drang in de infectieziektebestrijding).

Drs. Monique Janssens is zelfstandig ethicus en communicatieadviseur voor maatschappelijke vraagstukken. Zij doet promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit naar de relatie tussen dierethiek en bedrijfsethiek en schreef de essaybundel Dieren en wij; Hun welzijn, onze ethiek.

Alfons Olde Loohuis, huisarts en Q-koortsdeskundige, is lid van het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen, het netwerk voor professionals in de humane en veterinaire gezondheidszorg; alsmede Coördinator Radboudumc  huisartsopleiding en medisch adviseur Q support.

Deelnemen?
U kunt zich aanmelden bij Guus Blokpoel Guus@verenigingenbeheer.nl. Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding jaarsymposium 2017 NVBe’. Vermeld in uw bericht svp of u NVBe-lid bent. Na aanmelding ontvangt u per mail een bevestiging van deelname en (indien geen NVBe-lid) een factuur. Leden zal na aanmelding het pre-advies en de documenten voor de ledenvergadering per mail worden toegezonden. Deelname is voor NVBe-leden gratis.
Niet-leden betalen 20,00 euro. Voor dit bedrag kunt u deelnemen aan het symposium en ontvangt u tevens het pre-advies.
Studenten kunnen deelnemen voor €10,- Zij ontvangen het pre-advies louter digitaal.
Het pre-advies is na het jaarsymposium voor €15,- verkrijgbaar.
Als u zich nu aanmeldt als lid, gelden de voordelen van het lidmaatschap per direct.

Podium 2016-3: kwaliteit en integriteit van medisch wetenschappelijk onderzoek

De vele gezichten van wetenschappelijke integriteit
Bart Penders
De invloed van de financieringsbron op de kwaliteit en integriteit van klinisch geneesmiddelenonderzoek
Henk Jan Out
Ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen betekent niet automatisch een verbetering van de kwaliteit van de kindergeneeskunde. Pleidooi voor een Learning Healthcare System
Martine de Vries
Betere kwaliteit en vertaalbaarheid van pre-klinisch wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk. Een pleidooi voor een expliciete wereldwijde doelstelling
Merel Ritskes-Hoitinga en Harald Schmidt
Van statistische significantie naar klinische relevantie
Fenneke Blom en Judith J.M. Rijnhart
Toegankelijkheid en hergebruik van medisch-wetenschappelijke onderzoeksdata
Heleen van Luijn
De rol van de CCMO en Medische Ethische Toetsingscommissies bij het bewaken van kwaliteit en integriteit van medisch wetenschappelijk onderzoek
Joop van Gerven
Enkele problemen en dilemma’s van METC’s bij wetenschappelijke (en dus ethische) toetsing
Rien Janssens en Frits Lekkerkerker
Investeer in het toezicht op de uitvoering van onderzoek!
Jacqueline van Oijen, Kor Grit en Roland Bal

download de PDF: podium-16-3 – kwaliteit onderzoek

Onderwijsmiddag NVBe – 11 oktober 2016

13.30-17.00 uur. (Inloop vanaf 13.00 met koffie en thee)

Sweelinckzaal (begane grond), Universiteit van Utrecht

Drift 21, 3512 BR Utrecht

Levensbeschouwelijke en culturele diversiteit in ethiekonderwijs aan Hogescholen en UMC’s

Programma:

Inleiding: “Botsende waarden”

Suzanne van de Vathorst – Erasmus MC en AMC

In deze inleiding komen enkele voorbeelden aan bod van problemen waar zorg-professionals tegenaan kunnen lopen, die (mede) veroorzaakt kunnen worden door verschillen in cultuur en/of levensovertuiging. Deze verschillen kunnen leiden tot communicatieproblemen, tot elkaar normoverschrijdend gedrag verwijten, of zelfs tot conflicten van waarden. Ethiekonderwijs kan professionals helpen deze conflicten zoveel mogelijk te onderscheiden, zodat althans een deel van de problemen oplosbaar wordt.

Workshop: “Ethiek en diversiteit in het geneeskundeonderwijs van VUmc”

Maaike Muntinga – VUmc

In jaar 2 van de geneeskundeopleiding van VUmc school of medical sciences (VUmc SMS) wordt sinds een jaar het practicum ‘Zorgethiek en Diversiteit’ gegeven. Doel van dit practicum is dat studenten kennis nemen van thema’s zoals in- en uitsluiting in de gezondheidszorg, dat ze een zorgethisch perspectief kunnen toepassen op (cross-culturele) dilemma’s in de klinische praktijk, en dat ze kunnen reflecteren op hun eigen rol bij het omgaan met verschillende verwachtingen ten aanzien van zorgverleners en gezondheidszorg (culturele en morele sensitiviteit). Aan de hand van de inhoud van het practicum (o.a. een filmpje van een Nederlands-Turkse longarts) en de docent- en studentenevaluaties krijgen deelnemers aan de workshop inzicht in de manier waarop binnen het VUmc SMS onderwijs ethiek en diversiteit samen worden gebracht.

Workshop: “Palliatieve sedatie en moslimpatiënten in de Nederlandse context”

Roukayya Oueslati – Universiteit Leiden

Palliatieve sedatie wordt in Nederland gezien als normaal medisch handelen. Toch kan het voor sommige patiënten een complex ethisch vraagstuk zijn waarin religieuze waarden een rol spelen. Als een voorbeeld van ethiekonderwijs aan studenten zal in deze workshop aan de hand van een casus uit de praktijk ingegaan worden op deze islamitische waarden en op hoe er binnen het islamitische ethische kader omgegaan wordt met nieuwe medische ontwikkelingen.

Workshop: “Dat is nou eenmaal normaal in hun cultuur”

Ad Beckeringh – Hogeschool Rotterdam

In deze workshop krijgen de deelnemers, net als de studenten van de HBO-V opleiding in Rotterdam, een korte introductie in de begrippen cultuurrelativisme, cultuurabsolutisme/-monisme en pluralisme. Vervolgens worden enige voorbeelden (korte cases) gebruikt om hen typisch relativistische, c.q. monistische en pluralistische uitlatingen te laten herkennen.

Na de inleidende presentatie volgen 3 workshops van ethiekdocenten om u zelf verschillende vormen van ethiekonderwijs rond het thema culturele en levensbeschouwelijke diversiteit te laten ervaren. Afhankelijk van het aantal deelnemers zullen de workshops met alle deelnemers samen, of roulerend met groepjes deelnemers gegeven worden. U hoeft dus niet te kiezen en kunt alle 3 de workshops bijwonen. Na de workshops is er ruim de gelegenheid met elkaar en de sprekers van gedachten te wisselen over het thema en hoe dit in het ethiekonderwijs vorm te geven. Daarna sluiten we de middag af met een borrel.

Deelnemen? U kunt zich aanmelden voor de onderwijsmiddag via emailadres: ledenadministratie@nvbe.nl. Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding onderwijsmiddag NVBE 2016’. Schrijf in de email of u lid bent van de NVBe, of dat u lid wilt worden (zie: lidmaatschap). Na aanmelding ontvangt u een bevestiging (leden) of een factuur (niet-leden). Deelname voor NVBe-leden is gratis en kost voor niet-leden €12,50.

Oproep: Podium ‘Natuurlijkheid’

Het Podium voor Bioethiek nodigt u uit een bijdrage te schrijven over het thema ‘Natuurlijkheid’

‘Natuurlijk’ en ‘onnatuurlijk’. Het zijn termen die we vaak tegenkomen in bio-ethische debatten. We willen geen E-nummers in ons voedsel en liever is het biologisch. De verpakking van een bekend merk thee stelt de consument gerust: ‘with natural plants’. Vrouwen van nu zoeken hun bevrijding in anticonceptiemethoden die hormoonvrij zijn, en verzet tegen de vaccinatie van kinderen vinden we al lang niet meer alleen in religieuze kringen. Wat natuurlijk is, is goed.

Natuurlijkheid is ook een populair thema in discussies over biotechnologie. Volgens een enquête van 2010 vindt 68% van de Nederlandse bevolking genetisch gemodificeerd voedsel ‘fundamenteel onnatuurlijk’. Recent maakte de Belgische firma Ecover hun voornemen bekend om zeep te willen ontwikkelen met algenolie, als alternatief voor palmolie – een van de belangrijke oorzaken van ontbossing in regenwouden. Het alternatief wordt geproduceerd door algen die door middel van synthetische biologie zijn aangepast. Een coalitie van internationale maatschappelijke organisaties bleek niet gelukkig met deze ontwikkeling en startte de petitie ‘synthetische biologie is niet ‘natuurlijk’. Onnatuurlijk is fout.

Welke betekenis(sen) kennen we anno 2016 toe aan ‘het natuurlijke’? Hoe is dit verschoven door de eeuwen heen? Wat bedoelen burgers, NGO’s, politici en media als ze ‘natuurlijkheid’ en ‘onnatuurlijkheid’ gebruiken als argumenten in debatten? Welk gewicht hebben deze argumenten?  En wat te denken van de menselijke natuur in een tijd waarin het aanpassen van het menselijk genoom binnen handbereik komt en een grote groep Amerikaanse onderzoekers een synthetische variant van het menselijk genoom wil ontwikkelen?

Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium over één van deze (of gerelateerde) vragen?  Stuur altijd eerst een voorstel naarbeatrijs.haverkamp@wur.nl of naar v.rerimassie@rathenau.nl.  Houdt er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De deadline voor volledige bijdragen ( ca. 1500 woorden) is 25 oktober. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.

Jaarsymposium 10 maart 2016: ‘Plicht tot Mantelzorg?’

Graag nodigen we u uit voor het jaarsymposium van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek, met dit jaar als thema: ‘Plicht tot mantelzorg?’

Datum: 10 maart 2016

12.30 – 13.00 Algemene ledenvergadering NVBe (zaal 020)
13.00 – 13.30 Inloop (Collegezaal 024)
13.30 – 17.00 Jaarsymposium Plicht tot Mantelzorg?
17.00 Borrel

Locatie: Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), Universiteit Utrecht
Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht (google map)
Zaal 020 (ALV) en Collegezaal 024 (jaarsymposium)

Dr. Pieter Dronkers en prof. dr. Frans Vosman (beiden Universiteit voor Humanistiek) schreven dit jaar het NVBe pre-advies.

In de jaarvergadering staat de ethische vraag naar de ‘plicht’ tot mantelzorg centraal. Mantelzorg lijkt vooral een term uit het politieke domein: kan daar een ethische fundering voor gevonden worden, en zo ja, is die morele plicht vervolgens weer politiek afdwingbaar?

Zij zullen het jaarsymposium openen met een presentatie van hun pre-advies.

Daarop volgen drie commentaren:
Dr. Pol Maclaine Pont (afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut) spreekt vanuit haar ervaring als mantelzorger.
Dr. Jos Kole is de eerste auteur van het CEG-signalement over ethische aspecten van samenwerken in de wijk. Hij spreekt op persoonlijke, professionele titel.
Drs. Linda Hilhorst is strateeg van het ministerie van VWS, zij spreekt op persoonlijke titel met kennis van de strategische beleidsvragen.
Samen zullen zij de discussie aanzwengelen.

Deelnemen?
U kunt zich aanmelden bij Joyce Bruin, joyce@verenigingenbeheer.nl. Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding jaarsymposium 2016 NVBe’. Vermeld in uw bericht svp of u NVBe-lid bent. Na aanmelding ontvangt u per mail een bevestiging van deelname en (indien geen NVBe-lid) een factuur. Ook zal u (na evt. betaling) het pre-advies worden toegezonden. De leden van de NVBe ontvangen de documenten voor de ledenvergadering per mail. Deelname voor NVBe-leden is gratis en voor niet-leden 12,50 euro.

BMH t1578_1 (1)‘Sint Maarten’, collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Over het pre-advies:

‘Mantelzorg en burgerplicht’
Waarom een zorgzame samenleving om een zorgzame overheid vraagt
Pieter Dronkers en Frans Vosman

Bestaat er een morele plicht tot mantelzorg? Die vraag is relevant nu de overheid zorgvragers stimuleert om eerst hun eigen netwerk maximaal in te schakelen voordat een verzoek om steun uit publieke middelen wordt beoordeeld. Moeten familieleden, vrienden en buren zich moreel verplicht voelen om zorg en ondersteuning te verlenen?

Gezien de prominente plek die mantelzorg in het overheidsbeleid inneemt is de vraag relevant: is er een morele plicht tot mantelzorg? Bestudering van die vraag helpt bij het doordenken van kwesties als: staat het mensen ook vrij om te besluiten niet als mantelzorger op te treden zonder zich daar gelijk voor te hoeven verantwoorden? Hoe moeten burgers hun verantwoordelijkheid rondom mantelzorg eigenlijk interpreteren? En hoe ver mag de overheid gaan in het verleiden van burgers tot het verlenen van mantelzorg?

Doel van dit pre-advies is om de morele status van mantelzorg te onderzoeken. De politieke context waarin deze vorm van zorg aan de orde komt, vormt integraal onderdeel van onze analyse. Immers, het concept ‘mantelzorg’ is een politieke constructie die functioneert binnen een specifieke beleidscontext.

Pieter Dronkers en Frans Vosman oriënteren zich in het preadvies primair op zorg-ethische literatuur. In dat domein is in de afgelopen jaren veel geschreven over de ethische en politieke betekenis van zorg. De auteurs concluderen dat uit zorg-ethisch perspectief er vraagtekens te plaatsen zijn bij de politiek-strategische constructie van mantelzorg. Zij betogen dat er inderdaad dringende morele redenen zijn om specifieke aandacht en zorg voor onze naasten te hebben, maar dat de discussie over die redenen niet het politiek-ethische vertoog over de zorgverantwoordelijkheid van de overheid kan vervangen. Zij zien drie samenhangende onwenselijke consequenties als dit wel gebeurt:
• zorg krijgt het karakter van een gift
• het politieke recht op zorg wordt uitgekleed
• zorgverantwoordelijkheden worden geprivatiseerd.
Zij pleiten daarom voor een politieke ethiek van de zorg.

Lid worden van de NVBe?
U bent van harte welkom als lid van de NVBe.
Op deze website (doorklikken naar ‘Lidmaatschap’) vindt u een formulier waarmee u zich kunt aanmelden als lid. Na aanmelding zult u een rekening ontvangen voor de contributie. Als uw betaling binnen is, wordt uw lidmaatschap definitief en zult u het Podium voor Bio-ethiek en de uitnodigingen voor NVBe-activiteiten ontvangen. De jaarlijkse contributie voor individuele leden bedraagt € 40. AIO’s en studenten betalen € 25.
Voor instituten kost het lidmaatschap jaarlijks € 175.
Voordelen?
1. Deelname aan nationaal interdisciplinair bio-ethisch netwerk.
2. Driemaandelijkse gratis ontvangst van het Podium voor bio-ethiek.
3. Uitnodiging en gratis toegang tot het NVBe-jaarsymposium en de jaarlijkse onderwijsmiddag.
4. Gratis ontvangst jaarlijks gepubliceerde pre-advies.