Oproep: De redactie van het Podium voor Bio-ethiek nodigt je uit een bijdrage te schrijven voor ons themanummer over ‘Dokters en (medische) wetenschappers in de schijnwerpers: morele omgangsvormen met onzekere kennis, misinformatie en fake news in de gezondheidszorg’

De COVID-19-crisis heeft de rol van wetenschappers in de gezondheidszorg sterk in de schijnwerpers gezet. Burgers zijn getuige geweest van de succesvolle en razendsnelle ontwikkeling van effectieve vaccins. Politici lieten zich in de zoektocht naar verantwoord beleid in tijden van radicale onzekerheid adviseren door medische wetenschappers, wier adviezen in de begindagen van de crisis een exceptionele mate van maatschappelijke en politieke legitimiteit genoten. Deze legitimiteit van (medische) wetenschap in het publieke domein blijkt echter niet vanzelfsprekend. Naarmate de crisis aanhoudt, is het coronabeleid – inclusief de wetenschappelijke onderbouwing daarvan – steeds vaker onderwerp van discussie. De crisis legt onzekerheden bloot: modellen blijken niet altijd houvast te geven en soms grote foutmarges te bevatten en het wordt duidelijk dat verschillende soorten kennistradities (zoals geneeskunde, economie, gedragwetenschappen of sociologie) kunnen conflicteren.

De huidige crisis lijkt daarmee al langer spelende vraagstukken over de legitimiteit van wetenschap in politieke besluitvorming op scherp te zetten. De rol van (nieuwe) media lijkt daarin ambivalent. Enerzijds stellen deze burgers in staat om snel nieuwe informatie te verzamelen en een onderbouwde mening te vormen over een onderwerp. Anderzijds zien we dat de opkomst van sociale media bijdraagt aan de verspreiding van een groeiende hoeveelheid (medische) misinformatie en dubieuze claims, waardoor het vaak moeilijker wordt voor burgers om feiten van fabels te onderscheiden. Informatievoorziening via de nieuwe media is bovendien vaker gepersonaliseerd, waardoor het risico toeneemt dat mensen vooral informatie uit hun eigen ‘bubbel’ tot zich nemen.

Deze toename van desinformatie, nepnieuws en andere niet geverifieerde informatie roept ook vragen op over de rol van wetenschappers in het publieke debat. Zo constateert de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat hoewel wetenschappers vaak de reflex hebben om terug te vallen in een ‘uitlegmodus’ vanuit de vooronderstelling dat duidelijke informatie mensen zal overtuigen van wetenschappelijke feiten, een dergelijke reflex vaak averechts werkt (KNAW, 2021). Dit roept de vraag op of en hoe (medische) wetenschappers zich in het publieke debat zouden moeten verhouden tot nepnieuws en andere vormen van onjuiste of gebrekkige informatie. In hoeverre zien zij bijvoorbeeld een verantwoordelijkheid voor zichzelf hierin weggelegd? Of moeten instituties daar een grotere rol inspelen? Hoe moeten instanties als de GGD of het RIVM zich verhouden tot (nieuwe) media en tot politici, wanneer deze zelf nepnieuws verspreiden? Zouden journalistiek en wetenschappelijke berichtgeving moeten worden beoordeeld (en zo ja, hoe dan)? En welke instantie zou dit dan moeten doen?

Hoewel de negatieve gevolgen van desinformatie en nepnieuws in algemene zin al regelmatig zijn benoemd (denk aan thema’s als de uitholling van vertrouwen in democratische instituties en de polarisatie van het maatschappelijke debat), is er nog weinig bekend over de ethische en morele aspecten van het omgaan met nepnieuws binnen de gezondheidszorg. Hoe zouden gezondheidszorgprofessionals bijvoorbeeld kunnen of moeten omgaan met nep- of twijfelachtig nieuws over bijvoorbeeld potentieel levensreddende vaccinaties of geneesmiddelen als statines? Hebben artsen een morele verplichting om zich in de media uit te spreken tegen valse behandelingen als het slikken van hydroxychloroquine tabletten of het inspuiten van bleekmiddel tegen COVID-19? Hoe kunnen huisartsen in de gesprekken met patiënten die twijfelen over vaccinaties, hierop ingaan? De redactie van het Podium voor Bio-ethiek nodigt u uit om een bijdrage te schrijven over deze of gerelateerde vraagstukken.

Uw bijdrage
Wilt u een bijdrage leveren aan het Podium voor Bio-ethiek over dit thema? Stuurt u dan uiterlijk 31 januari 2022 een voorstel in van maximaal 250 woorden naar de themaredactie:

Amber Spijkers
Rik Wehrens

Houdt u er wat betreft stijl en inhoud rekening mee dat het Podium door een breed publiek van geïnteresseerden wordt gelezen. De eerste volledige versie wordt verwacht op 14 maart 2022. De deadline voor volledige bijdragen (ca. 1500 woorden) is 25 april 2022. In juni 2022 hopen we het themanummer uit te brengen. De themaredactie beslist of een artikel al dan niet wordt geplaatst.