Jaarsymposium

NVBe jaarsymposium 2020 “Verschuivende rollen in de ethiekondersteuning” wordt verplaatst

Het NVBe jaarsymposium 2020, dat gepland stond voor 28 mei aanstaande, wordt in verband met de corona-crisis en -maatregelen verplaatst naar september of oktober van dit jaar.

In overleg met de sprekers wordt zo snel mogelijk een nieuwe datum gezocht. Zodra dit bekend is, wordt dit op de website en via de gebruikelijke kanalen gecommuniceerd.

ARCHIEF EERDERE JAARSYMPOSIA

NVBe jaarsymposium – 16 mei 2019

“Natuur binnen of buiten het hek”

Over de spanning tussen natuurbeheer en veeteelt en de grens tussen natuur- en cultuurland

Aan de hand van een pre-advies van Martin Drenthen stonden we stil bij het spannings-veld tussen natuur en veehouderij. In een klein land als Nederland leidt dit in toenemende mate tot conflicten. Zo wordt de terugkeer van de wolf door ecologen en na-tuurbeheerders toegejuicht vanwege de biodiversiteit. Maar aan de andere kant trekken schapenhouders aan de bel omdat de wolven hun schapen doden. Omdat wilde dieren ook ziektes kunnen overbrengen worden ze soms gezien als bedreiging voor de veehouderij. De Nederlandse varkenshouderij is bijvoorbeeld als de dood voor een uitbraak van Afrikaanse Varkenspest onder wilde zwijnen.

Daarentegen heeft de veehouderij onmiskenbaar ook negatieve effecten op natuur en biodiversiteit. Denk maar aan uitstoot van broeikasgassen of de terugloop van het aantal weidevogels. De legitimiteit van landbouw en veeteelt berust op het idee dat de mens recht heeft om een deel van de aarde te gebruiken voor de eigen voedselvoorziening. Het produceren van voedsel is dan wellicht een gerechtvaardigd doel maar waar ligt dan de grens? In dit debat komt naast de tegenstelling tussen dier- en natuurethiek daarom ook de ‘boerenethiek’ aan bod. Lukt het ons om vanuit de ethiek een bijdrage te leveren aan deze maatschappelijke discussie?

Locatie: Het Huis Utrecht

 

NVBe Jubileum-symposium – 19 April 2018: ‘Ethiek en praktijk anno 2018’

De NVBe vierde in 2018 haar 25-jarig bestaan! Daarom organiseerde de Vereniging op donderdag 19 april 2018 een prachtig jubileum-symposium over ‘Ethiek en praktijk anno 2018’ op een mooie locatie: de Tolhuistuin te Amsterdam.

Aanleiding: ‘Sinds ons vorige jubileumsymposium in 2008 heeft de tendens doorgezet dat ethici zich intensief bezighouden met de vragen en beslissingen van professionals op de werkvloer. Ethici doen bijvoorbeeld steeds vaker empirisch onderzoek naar wat genoemde professionals belangrijk vinden, en betrekken vervolgens de in de praktijk vigerende moraal bij hun ethische reflecties. Ook denken ze mee met professionals over verantwoorde zorg en innovaties’.

Deze trend was het onderwerp van het jubileum-symposium.

  • Centraal stond de vraag hoe deze toenadering tussen ethiek en praktijk verloopt, wat de ontwikkelingen zijn en welke vragen ze oproept.
  • Hoe is momenteel de verhouding tussen professionals, praktisch ethici en academici? Welke vormen van samenwerking, concurrentie en afhankelijkheid doen zich voor? En hoe zal zich dit in de komende jaren (moeten) ontwikkelen?
  • Hebben professionals nu het idee dat ze moreel voldoende gevoed en gesteund worden? En hebben de ethici wel voldoende buitenstaandersblik om kritisch over bestaande praktijken te denken? Of zijn ze teveel betrokken en is voor kritische distantie juist behoefte aan theoretische, academische ethiek?

Over deze vragen brachten we op het symposium professionals uit de zorg, veehouderij, en techniek in gesprek met ethici werkzaam in een beleids- of empirische onderzoekscontext én met ethici actief in het academisch onderzoek.

Daarnaast reikten we deze middag de NVBe-prijs uit aan de winnende inzendingen van de NVBe-essaywedstrijd voor scholieren uit de bovenbouw havo/vwo.

Het inhoudelijke programma bestond uit

Over de empirische wending in de ethiek, door Dr. Lieke van der Scheer, voorzitter van de NVBe

“’Ethiek moet bruikbare, praktische richtlijnen bieden voor concrete morele kwesties’.

‘Ethische reflectie is relevant voor professionals in de gezondheidszorg, beleid, zaken, techniekontwikkeling e.d.’

Dergelijke overtuigingen stuurden de opkomst van ­een praktische ethiek, de wending van abstracte ethische theorieën naar ethische reflectie over concrete, dagelijkse praktijken. Het gebruik van empirische methoden en een centrale rol voor de ervaring van stakeholders was een logische vervolgstap. Inmiddels wordt er in de ethiek een aantal decennia op deze manier gewerkt en is het tijd om ons af te vragen hoe vruchtbaar deze aanpak is.

In enkele recente nummers van het Podium voor Bio-ethiek zijn driegesprekken gepubliceerd met telkens een professional, een praktisch ethicus en een academicus. In mijn lezing zal ik de ambities van de empirische wending in verband brengen met de inzichten uit deze driegesprekken. Wat kunnen we er uit leren voor de toekomst van de bio-ethiek?”

Hoofdlezing

De ethicus als ontregelaar. Pleidooi voor een romantische ethiek, door Prof. dr. Tsjalling Swierstra, Hoogleraar ethiek en politiek van nieuwe en opkomende technieken, Universiteit Maastricht

“Ik wil vanuit mijn ervaringen met de ethiek van nieuwe en emergente technieken, een aantal overwegingen presenteren aangaande de huidige en toekomstige, feitelijke en wenselijke, rol van de ethicus. Die is inmiddels niet meer doende om anderen te onderwerpen aan ethische regels, maar trekt in plaats daarvan gewapend met stappenplannen en aandachtspunten door het land om daar de ethische reflectie te faciliteren. Dat verhindert niet dat de interactie met die anderen zelf wel aan allerlei regels is onderworpen. Die regels bepalen bijvoorbeeld welke vragen gesteld mogen worden; wat legitieme onderwerpen zijn; hoe dwingend een conclusie mag worden opgelegd; wat het beoogde doel van de ethische reflectie is; welke vocabulaire passend wordt geacht; wat op de publieke agenda thuishoort en wat privé is; enzovoorts. Tezamen definiëren dit soort regels de discursieve en praktische ruimte waarbinnen ethici hun werk (mogen) doen. Ze vormen het sociale contract met de samenleving dat de interventies van ethici mogelijk maakt, maar ook begrenst. Mijn hypothese luidt dat het hoog tijd is om de termen van dit contract te herzien. Dat laatste vergt de ‘romantische’ vaardigheid om creatief nieuwe paden te verkennen. Alleen zo kan de ethiek relevant en kritisch blijven in een dynamische technologische cultuur als de onze.”

Uitreiking NVBe-essayprijs, Wat zijn volgens jongeren de bio-ethische kwesties van de toekomst?

3 parallelle workshops ‘Ethiek en praktijk anno 2018’ vanuit de zorg, veehouderij en techniek:

Praktijken geanalyseerd door zorgethici: spannend bewegen tussen praktijk en theorie, door Dr. Merel Visse en Dr. Inge van Nistelrooij, Universiteit van Humanistiek, vakgroep Zorgethiek

“De zorgethiek is een interdisciplinair veld van onderzoek. Zorgethici maken gebruik van een specifieke analysebenadering bij het zoeken naar antwoorden op de vraag ‘wat is goede zorg in deze particuliere situatie?’. Ze volgen geen voorschriften of vaststaande principes, maar kijken nauwkeurig en diepgaand via diverse conceptuele lenzen naar zorgpraktijken en maken gebruik van specifieke onderzoeksbenaderingen. Aan het eind van deze workshop hebben deelnemers kennisgenomen van het theoretisch kader dat aan deze dialectische benadering tussen theorie en praktijk ten grondslag ligt. Aan de hand van een casus uit de alledaagse zorgpraktijk wordt geoefend met zorgethisch analyseren. Tot slot staan we stil bij de overeenkomsten en verschillen tussen zorgethisch analyseren en andere benaderingen in de ethiek.”

Euthanasie bij zorgdieren in de veehouderij, door Drs. Joost van Herten en Dr. Franck Meijboom,

“Er worden in de veehouderij soms dieren geboren die om verschillende reden niet levensvatbaar zijn, ziek worden of gewond raken en met adequate zorg niet beter worden. Ook zijn er regelingen voor voedselveiligheid en transport waardoor dieren in bepaalde gevallen niet naar het slachthuis kunnen en op het bedrijf gedood moeten worden. We spreken dan van ‘zorgdieren’. Voor het welzijn van deze dieren is het beter om ze op tijd te euthanaseren. In de praktijk is de dierenarts echter niet altijd tijdig aanwezig om hierover te adviseren of de euthanasie uit te voeren. Dat betekent dat veehouders deze beslissing zelf moeten nemen en de dieren vervolgens zo goed mogelijk uit hun lijden moeten verlossen. Maar op welke gronden beslissen zij dat, hoe voorkomen we dat economische motieven een rol gaan spelen en hoe garanderen we dat de juiste methode wordt toegepast? Een ethisch afwegingskader kan daarbij helpen en is een voorbeeld van ethiek in praktijk. Franck Meijboom en Joost van Herten zijn betrokken bij de ontwikkeling hiervan. Tijdens deze workshop lichten zij dit proces toe en bespreken zij met de aanwezigen de ethische dilemma’s die zich hierbij voordoen.”

De Slimme stad: van slimme lantaarnpalen tot zelf metende burgers, door Dr. Rinie van Est, Rathenau Instituut, in gesprek met Yvonne Kemmerling, voorzitter Future City; Frank Kresin, zakelijk directeur DesignLab Universiteit Twente; Rob Haans, adviseur informatiemanagement gemeente Nijmegen; dr. Merel Noorman, onderzoeker Partnership for smart cities; en prof. dr. Maartje Schermer, Medische ethiek en Filosofie van de geneeskunde.

“In deze workshop draait het om de “slimme stad”. Een omgeving waarin de mens als biologisch wezen steeds intiemer verbonden raakt met een digitale infrastructuur. Aan de hand van een aantal aansprekende voorbeelden willen we in deze workshop nagaan met welke (bio-)ethische kwesties we bij de ontwikkeling van een slimme stad te maken kunnen krijgen. En wat is de rol van ethici in deze ontwikkelingen? Deze voorbeelden zullen we vanuit verschillende invalshoeken met experts uit de praktijk, onderzoek en beleid bespreken. “

 

Jaarsymposium 2017: ‘Ethische aspecten bij One Health’

Het NVBe jaarsymposium 2017 stond in het teken van “Gezondheid in meervoud: Over ethische aspecten bij One Health en de noodzaak tot samenwerking binnen de ethiek”, het pre-advies dat werd geschreven door dr. Franck Meijboom (Ethiek Instituut en Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht) en drs. Joachim Nieuwland (Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden).

Onder de noemer ‘One Health’ is wereldwijd aandacht voor de verwevenheid van de gezondheidsrisico’s voor mensen, dieren en ecosystemen. We worden ons er steeds meer, of opnieuw, van bewust dat mens en dier in gemeenschappelijke ecosystemen vertoeven met voortdurende uitwisseling en evolutie van bacteriën en virussen. Geregeld is er nieuws over infectieziekten die (mogelijk) worden uitgewisseld tussen mens en dier, tussen wilde en (landbouw)huisdieren, via voedsel of de lucht. Er is het vraagstuk over antibioticaresistentie bij mens en dier, maar ook de mate waarin proefdieren model kunnen en moeten staan voor menselijke gezondheid. En er zijn vragen over de invloed van natuurlijke en geconstrueerde omgevingen op de gezondheid van mensen, dieren en ecosystemen.

Het omgaan met deze verschijnselen vereist samenwerking tussen meerdere wetenschappelijke disciplines: diergeneeskunde, humane medische wetenschap, virologie, etc. En ‘One health’ omvat uiteenlopende maatschappelijke kwesties, die beleidsterreinen verbindt en nieuwe (bio)ethische vragen oproepen. Hoe worden de belangen van mens en verschillende soorten dieren afgewogen? Hoe worden hierbij verschillende dierprak-tijken gewaardeerd, van vogelmigratie tot intensieve veehouderij?

Na de presentatie van het Preadvies 2017 door de auteurs, werd de discussie voorafgegaan door een viertal co-referenten uit filosofie, wetenschap en praktijk:

Dr. Hendrik-Jan Roest is veterinair microbioloog, hoofd van de afdeling Bacteriologie & Epidemiologie van Wageningen Bioveterinary Research.

Dr. André Krom werkt als sr. beleidsadviseur nieuwe technologieën bij het RIVM (Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten, afdeling Nanotechnologie, Arbo en Transport). Hij studeerde wijsbegeerte (ethiek, sociale en politieke filosofie) en promoveerde op een proefschrift op het gebied van ethiek van volksgezondheid (de rechtvaardiging van dwang en drang in de infectieziektebestrijding).

Drs. Monique Janssens is zelfstandig ethicus en communicatieadviseur voor maatschappelijke vraagstukken. Zij doet promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit naar de relatie tussen dierethiek en bedrijfsethiek en schreef de essaybundel Dieren en wij; Hun welzijn, onze ethiek.

Alfons Olde Loohuis, huisarts en Q-koortsdeskundige, is lid van het Brabants Kennisnetwerk Zoönosen, het netwerk voor professionals in de humane en veterinaire gezondheidszorg; alsmede Coördinator Radboudumc  huisartsopleiding en medisch adviseur Q support.

Datum: 30 maart

Locatie: Universiteit Utrecht

 

Jaarsymposium 2016: ‘Plicht tot Mantelzorg?’

Dr. Pieter Dronkers en prof. dr. Frans Vosman (beiden Universiteit voor Humanistiek) schreven ten behoeve van dit jaarsymposium het NVBe preadvies “‘Mantelzorg en bur-gerplicht – Waarom een zorgzame samenleving om een zorgzame overheid vraagt”.

In de jaarvergadering stond de ethische vraag naar de ‘plicht’ tot mantelzorg centraal. Mantelzorg lijkt vooral een term uit het politieke domein: kan daar een ethische funde-ring voor gevonden worden, en zo ja, is die morele plicht vervolgens weer politiek af-dwingbaar?

Na een presentatie van het pre-advies volgden commentaren van:

Dr. Pol Maclaine Pont (afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut) spreekt vanuit haar ervaring als mantelzorger.
Dr. Jos Kole is de eerste auteur van het CEG-signalement over ethische aspecten van samenwerken in de wijk. Hij spreekt op persoonlijke, professionele titel.
Drs. Linda Hilhorst is strateeg van het ministerie van VWS, zij spreekt op persoonlijke titel met kennis van de strategische beleidsvragen.

BMH t1578_1 (1)‘Sint Maarten’, collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Over het Preadvies 2016:

‘Mantelzorg en burgerplicht’
Waarom een zorgzame samenleving om een zorgzame overheid vraagt
Pieter Dronkers en Frans Vosman

Bestaat er een morele plicht tot mantelzorg? Die vraag is relevant nu de overheid zorgvragers stimuleert om eerst hun eigen netwerk maximaal in te schakelen voordat een verzoek om steun uit publieke middelen wordt beoordeeld. Moeten familieleden, vrienden en buren zich moreel verplicht voelen om zorg en ondersteuning te verlenen?

Gezien de prominente plek die mantelzorg in het overheidsbeleid inneemt is de vraag relevant: is er een morele plicht tot mantelzorg? Bestudering van die vraag helpt bij het doordenken van kwesties als: staat het mensen ook vrij om te besluiten niet als mantelzorger op te treden zonder zich daar gelijk voor te hoeven verantwoorden? Hoe moeten burgers hun verantwoordelijkheid rondom mantelzorg eigenlijk interpreteren? En hoe ver mag de overheid gaan in het verleiden van burgers tot het verlenen van mantelzorg?

Doel van dit Preadvies is om de morele status van mantelzorg te onderzoeken. De politieke context waarin deze vorm van zorg aan de orde komt, vormt integraal onderdeel van onze analyse. Immers, het concept ‘mantelzorg’ is een politieke constructie die functioneert binnen een specifieke beleidscontext.

Pieter Dronkers en Frans Vosman oriënteren zich in het Preadvies primair op zorg-ethische literatuur. In dat domein is in de afgelopen jaren veel geschreven over de ethi-sche en politieke betekenis van zorg. De auteurs concluderen dat uit zorg-ethisch perspectief er vraagtekens te plaatsen zijn bij de politiek-strategische constructie van mantelzorg. Zij betogen dat er inderdaad dringende morele redenen zijn om specifieke aandacht en zorg voor onze naasten te hebben, maar dat de discussie over die redenen niet het politiek-ethische vertoog over de zorgverantwoordelijkheid van de overheid kan vervangen. Zij zien drie samenhangende onwenselijke consequenties als dit wel gebeurt:
• zorg krijgt het karakter van een gift
• het politieke recht op zorg wordt uitgekleed
• zorgverantwoordelijkheden worden geprivatiseerd.
Zij pleiten daarom voor een politieke ethiek van de zorg.

Datum: 10 maart

Locatie: Universiteit Utrecht

 

Jaarsymposium 2015: “Van bio-ethiek naar bio-politiek – De bio-ethische agenda en de uitdagingen van nieuwe technologie”

Dr. Dirk Stemerding (Rathenau Instituut) schreef het pre-advies ten behoeve van dit jaarsymposium. Uitgangspunt in het pre-advies is de toenemende convergentie tussen ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve wetenschappen, ofwel NBIC convergentie. Het gaat om een verkenning van de vraag wat deze NBIC convergentie betekent voor de bio-ethiek. In hoeverre brengen deze ontwikkelingen voor de bio-ethiek nieuwe uitdagingen met zich mee, of zijn en blijven de ethische vragen die met deze ontwikkelingen worden opgeroepen van een voor de bio-ethiek vertrouwde soort?

Prof. dr. Tsjalling Swierstra (Universiteit Maastricht) en dr. Annelien Bredenoord (Universiteit Utrecht) reageerden op het pre-advies net als een referent die de consequenties van de beschreven ontwikkelingen in de beroepspraktijk merkt.

Bij deze gelegenheid werd ook de NVBe-prijs uitgereikt aan een originele, inspirerende en diepgaande bijdrage aan publiek debat op het gebied van de bio-ethiek.

Datum: 5 maart

Locatie: Sweelinckzaal, Universiteit Utrecht

 

Over het pre-advies:

Van bio-ethiek naar bio-politiek

Dirk Stemerding

“Bioethics is fading away, it is no longer considered relevant, perhaps because it does no longer address the issues at hand”

(Georges Kutukdjian, former Secretary General International Bioethics Committee UNESCO)

Nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve wetenschappen convergeren. In deze NBIC-convergentie brengt verschillende ontwikkelingen bij elkaar. Door de nanotechnologie komt technologisch ingrijpen op moleculair niveau in levende cellen binnen bereik. Door de snelle ontwikkeling van de rekenkracht in de informa-tietechnologie wordt imaging en modellering van de hersenen adequater. De nano-electronica leidt tot ultra-kleine draagbare of zelfs implanteerbare rekenkracht en sensoren waardoor de interactie tussen het menselijk lichaam en technologie onderdeel van het dagelijks leven kan worden. De continue gegenereerde data kan via het ‘internet of things’ opgeslagen en uitgewisseld worden. Big data maakt het verwerking en interpretatie van die data mogelijk. Biometrische ontwikkeling maken individuele identificatie op basis van gemeten biologische functies als hartslag of aan de hand van eigenaardig-heden in gedrag mogelijk.

Deze ontwikkelingen brengen uitdagingen voor de bio-ethiek met zich mee. In het pre-advies wordt verdedigd dat deze uitdagingen zich niet beperken tot de individuele en professionele omgang met deze nieuwe mogelijkheden, maar dat de uitdagingen sociale, institutionele en daarmee politieke vragen oproepen. De agenda voor de bio-ethiek is een bio-politieke agenda.

Terugblikkend op de geschiedenis van de bio-ethiek zien we dat deze altijd al een relatie met de bio-politiek heeft gehad. Traditioneel heeft de bio-ethiek zich ontwikkeld in de context van de individuele arts-patiënt relatie en van de klinische context van het medi-sche experiment. De eerste vorm waarin de bio-ethiek gestalte heeft gekregen is dan ook vanuit het ‘beschermingsparadigma’. Bio-ethiek heeft op die manier bijgedragen aan een ‘bio-politieke’ emancipatieagenda van individuele patiëntrechten. Maar daar is het niet bij gebleven. Dier-ethische discussies over de beschermwaardigheid van niet-menselijke dieren, sluit aan bij de bio-politieke discussie over dierenwelzijn, dierenrechten en dierenbescherming. Ook heeft de bio-ethische discussie in de zorg zich verbreed tot andere publieke en politieke arena’s. De grenzen van de relatief autonome praktijk van de gezondheidszorg staan onder druk waardoor de ethische vragen de brede zorgpraktijk ontstijgen. Zo hebben de uitdagingen op het gebied van preventie en public health bijvoorbeeld geleid tot een bio-ethische discussie over ingrepen in de le-vensstijl van gezonde burgers. En het vraagstuk van kostenbeheersing in de zorg leidde bijvoorbeeld tot bio-ethische discussies over grenzen aan de zorg en grenzen aan de so-lidariteit. Het pre-advies betoogt dat nieuwe technologische ontwikkelingen de grenzen van de gezondheidszorgpraktijk nog verder onder druk zet. Het gevolg daarvan is dat op de bio-ethische agenda vragen staan met brede bio-politieke consequenties voor de institutionele vormgeving van solidariteit, het recht op gezondheidszorg en rechtvaardig-heid.

Maar de technologische ontwikkelingen creëren een nog radicalere bio-politieke agenda. Door de NBIC-convergentie vervaagt niet alleen de grens van de gezondheidszorgpraktijk, ook de grens tussen mens en technologie lijkt te verdwijnen. Technologie wordt aan het lichaam verbonden, stuurt het gedrag, beïnvloedt communicatie en gaat op ons lij-ken. De mens krijgt meer weg van een machine en de machine wordt steeds mens-achtiger. Menselijke interactie en menselijk samenleven wordt steeds nadrukkelijker mogelijk gemaakt en gestuurd door technologie. Het gaat niet alleen om technologie in ons, maar ook om technologie tussen ons, technologie als ons en om de technologie over ons. De wijze waarop technologie zich met ons lichaam en met dataverwerkende systemen verbindt, stuurt ons samenleven. Daarom kan de fundamentele verwevenheid van mens en techniek niet alleen vanuit het individuele goede leven doordacht worden. Doordat het lichaam meetbaar en daarmee manipuleerbaar geworden is, is de uitdaging van de bio-ethiek de zorg voor politieke ordening van dat meetbare lichaam. Bio-ethiek is daarmee bio-politiek geworden. Bio-politiek van authenticiteit, solidariteit en rechtvaardigheid te midden van meetbaarheid, stuurbaarheid en controleerbaarheid.

Bij de verdediging van deze bio-ethische agenda wordt dit pre-advies vooral geïnspireerd door publicaties van het Rathenau Instituut waarin NBIC convergentie wordt gethematiseerd en waarin specifieke ontwikkelingen worden besproken die met NBIC convergentie in verband kunnen worden gebracht.

Dirk Stemerding, Rathenau Instituut, December 2014

 

NVBe Jaarsymposium 2014: Bio-ethiek in wetsevaluaties

24 februari 2014 – 14-17u – Utrecht

Met o.a.: Guido de Wert (UM), Ineke Bolt (UU), Esmé Wiegman (oud kamerlid CU) en Maarten Slijper (ZonMW).

Centraal stond de relatie tussen de verwachtingen en opbrengsten van de bio-ethiek in wetsevaluaties.

1 thought on “Jaarsymposium

  1. Pingback: Thema-uitgave NVBe: Mantelzorg - Zorgethiek.nu

Comments are closed.