Jaarsymposium

Jaarsymposium 2016: ‘Plicht to Mantelzorg?’

Graag nodigen we u uit voor het jaarsymposium van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek, met dit jaar als thema: ‘Plicht tot mantelzorg?’

Datum: 10 maart 2016

12.30 – 13.00 Algemene ledenvergadering NVBe (zaal 020)
13.00 – 13.30 Inloop (Collegezaal 024)
13.30 – 17.00 Jaarsymposium Plicht tot Mantelzorg?
17.00 Borrel

Locatie: Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), Universiteit Utrecht
Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht (google map)
Zaal 020 (ALV) en Collegezaal 024 (jaarsymposium)

Dr. Pieter Dronkers en prof. dr. Frans Vosman (beiden Universiteit voor Humanistiek) schreven dit jaar het NVBe pre-advies.

In de jaarvergadering staat de ethische vraag naar de ‘plicht’ tot mantelzorg centraal. Mantelzorg lijkt vooral een term uit het politieke domein: kan daar een ethische fundering voor gevonden worden, en zo ja, is die morele plicht vervolgens weer politiek afdwingbaar?

Zij zullen het jaarsymposium openen met een presentatie van hun pre-advies.

Daarop volgen drie commentaren:
Dr. Pol Maclaine Pont (afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut) spreekt vanuit haar ervaring als mantelzorger.
Dr. Jos Kole is de eerste auteur van het CEG-signalement over ethische aspecten van samenwerken in de wijk. Hij spreekt op persoonlijke, professionele titel.
Drs. Linda Hilhorst is strateeg van het ministerie van VWS, zij spreekt op persoonlijke titel met kennis van de strategische beleidsvragen.
Samen zullen zij de discussie aanzwengelen.

Deelnemen?
U kunt zich aanmelden bij Joyce Bruin, joyce@verenigingenbeheer.nl. Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding jaarsymposium 2016 NVBe’. Vermeld in uw bericht svp of u NVBe-lid bent. Na aanmelding ontvangt u per mail een bevestiging van deelname en (indien geen NVBe-lid) een factuur. Ook zal u (na evt. betaling) het pre-advies worden toegezonden. De leden van de NVBe ontvangen de documenten voor de ledenvergadering per mail. Deelname voor NVBe-leden is gratis en voor niet-leden 12,50 euro.

BMH t1578_1 (1)‘Sint Maarten’, collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Over het pre-advies:

‘Mantelzorg en burgerplicht’
Waarom een zorgzame samenleving om een zorgzame overheid vraagt
Pieter Dronkers en Frans Vosman

Bestaat er een morele plicht tot mantelzorg? Die vraag is relevant nu de overheid zorgvragers stimuleert om eerst hun eigen netwerk maximaal in te schakelen voordat een verzoek om steun uit publieke middelen wordt beoordeeld. Moeten familieleden, vrienden en buren zich moreel verplicht voelen om zorg en ondersteuning te verlenen?

Gezien de prominente plek die mantelzorg in het overheidsbeleid inneemt is de vraag relevant: is er een morele plicht tot mantelzorg? Bestudering van die vraag helpt bij het doordenken van kwesties als: staat het mensen ook vrij om te besluiten niet als mantelzorger op te treden zonder zich daar gelijk voor te hoeven verantwoorden? Hoe moeten burgers hun verantwoordelijkheid rondom mantelzorg eigenlijk interpreteren? En hoe ver mag de overheid gaan in het verleiden van burgers tot het verlenen van mantelzorg?

Doel van dit pre-advies is om de morele status van mantelzorg te onderzoeken. De politieke context waarin deze vorm van zorg aan de orde komt, vormt integraal onderdeel van onze analyse. Immers, het concept ‘mantelzorg’ is een politieke constructie die functioneert binnen een specifieke beleidscontext.

Pieter Dronkers en Frans Vosman oriënteren zich in het preadvies primair op zorg-ethische literatuur. In dat domein is in de afgelopen jaren veel geschreven over de ethische en politieke betekenis van zorg. De auteurs concluderen dat uit zorg-ethisch perspectief er vraagtekens te plaatsen zijn bij de politiek-strategische constructie van mantelzorg. Zij betogen dat er inderdaad dringende morele redenen zijn om specifieke aandacht en zorg voor onze naasten te hebben, maar dat de discussie over die redenen niet het politiek-ethische vertoog over de zorgverantwoordelijkheid van de overheid kan vervangen. Zij zien drie samenhangende onwenselijke consequenties als dit wel gebeurt:
• zorg krijgt het karakter van een gift
• het politieke recht op zorg wordt uitgekleed
• zorgverantwoordelijkheden worden geprivatiseerd.
Zij pleiten daarom voor een politieke ethiek van de zorg.

Lid worden van de NVBe?
U bent van harte welkom als lid van de NVBe.
Op deze website (doorklikken naar ‘Lidmaatschap’) vindt u een formulier waarmee u zich kunt aanmelden als lid. Na aanmelding zult u een rekening ontvangen voor de contributie. Als uw betaling binnen is, wordt uw lidmaatschap definitief en zult u het Podium voor Bio-ethiek en de uitnodigingen voor NVBe-activiteiten ontvangen. De jaarlijkse contributie voor individuele leden bedraagt € 40. AIO’s en studenten betalen € 25.
Voor instituten kost het lidmaatschap jaarlijks € 175.
Voordelen?
1. Deelname aan nationaal interdisciplinair bio-ethisch netwerk.
2. Driemaandelijkse gratis ontvangst van het Podium voor bio-ethiek.
3. Uitnodiging en gratis toegang tot het NVBe-jaarsymposium en de jaarlijkse onderwijsmiddag.
4. Gratis ontvangst jaarlijks gepubliceerde pre-advies.

 

 

Jaarsymposium 2015

Graag nodigen we u uit voor het jaarsymposium van de Nederlandse Vereniging voor Bio-ethiek

“Van bio-ethiek naar bio-politiek”

De bio-ethische agenda en de uitdagingen van nieuwe technologie.

5 maart 2015

12.00u -13.00u:                 Algemene ledenvergadering NVBe

13.30u – 17.00u:                > Jaarsymposium Van bio-ethiek naar bio-politiek

> Uitreiking van de NVBe-prijs voor een bijdrage aan publiek debat op het gebied van de bio-ethiek

Sweelinckzaal, Drift 21, Utrecht

Dr. Dirk Stemerding (Rathenau Instituut) schrijft dit jaar het NVBe pre-advies. Uitgangspunt in het pre-advies is de toenemende convergentie tussen ontwikkelingen op het gebied van nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve wetenschappen, ofwel NBIC convergentie. Het gaat om een verkenning van de vraag wat deze NBIC convergentie betekent voor de bio-ethiek. In hoeverre brengen deze ontwikkelingen voor de bio-ethiek nieuwe uitdagingen met zich mee, of zijn en blijven de ethische vragen die met deze ontwikkelingen worden opgeroepen van een voor de bio-ethiek vertrouwde soort?

– PDF van de tekst van het preadvies –

Prof. dr. Tsjalling Swierstra (Universiteit Maastricht) en dr. Annelien Bredenoord (Universiteit Utrecht) zullen op het pre-advies reageren, net als een referent die de consequenties van de beschreven ontwikkelingen in de beroepspraktijk merkt. Samen zullen zij de discussie aanzwengelen.

Bij deze gelegenheid zal ook de NVBe-prijs worden uitgereikt. Dit jaar zal de prijs worden toegekend aan een originele, inspirerende en(/of) diepgaande bijdrage aan publiek debat op het gebied van de bio-ethiek.

Deelnemen?

U kunt zich aanmelden bij Suzanne van Vliet (s.vanVliet@uu.nl). Vermeld daarbij in de onderwerp-regel ‘Aanmelding jaarsymposium 2015 NVBe’. Na aanmelding ontvangt u per mail een bevestiging van deelname en (indien geen NVBe-lid) een factuur. Ook zal u het pre-advies en de documenten voor de ledenvergadering worden toegezonden.

Deelname voor NVBe-leden is gratis en voor niet-leden 12,50 euro. Graag vooraf betalen. Bij afmelding van minder dan 1 week van tevoren is men een bedrag van 5 euro aan administratiekosten verschuldigd.

Over het pre-advies:

Van bio-ethiek naar bio-politiek

Dirk Stemerding

“Bioethics is fading away, it is no longer considered relevant, perhaps because it does no longer address the issues at hand”

(Georges Kutukdjian, former Secretary General International Bioethics Committee UNESCO)

Nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie en cognitieve wetenschappen convergeren. In deze NBIC-convergentie brengt verschillende ontwikkelingen bij elkaar. Door de nanotechnologie komt technologisch ingrijpen op moleculair niveau in levende cellen binnen bereik. Door de snelle ontwikkeling van de rekenkracht in de informatietechnologie wordt imaging en modellering van de hersenen adequater. De nano-electronica leidt tot ultra-kleine draagbare of zelfs implanteerbare rekenkracht en sensoren waardoor de interactie tussen het menselijk lichaam en technologie onderdeel van het dagelijks leven kan worden. De continue gegenereerde data kan via het ‘internet of things’ opgeslagen en uitgewisseld worden. Big data maakt het verwerking en interpretatie van die data mogelijk. Biometrische ontwikkeling maken individuele identificatie op basis van gemeten biologische functies als hartslag of aan de hand van eigenaardigheden in gedrag mogelijk.

Deze ontwikkelingen brengen uitdagingen voor de bio-ethiek met zich mee. In het pre-advies wordt verdedigd dat deze uitdagingen zich niet beperken tot de individuele en professionele omgang met deze nieuwe mogelijkheden, maar dat de uitdagingen sociale, institutionele en daarmee politieke vragen oproepen. De agenda voor de bio-ethiek is een bio-politieke agenda.

Terugblikkend op de geschiedenis van de bio-ethiek zien we dat deze altijd al een relatie met de bio-politiek heeft gehad. Traditioneel heeft de bio-ethiek zich ontwikkeld in de context van de individuele arts-patiënt relatie en van de klinische context van het medische experiment. De eerste vorm waarin de bio-ethiek gestalte heeft gekregen is dan ook vanuit het ‘beschermingsparadigma’. Bio-ethiek heeft op die manier bijgedragen aan een ‘bio-politieke’ emancipatieagenda van individuele patiëntrechten. Maar daar is het niet bij gebleven. Dier-ethische discussies over de beschermwaardigheid van niet-menselijke dieren, sluit aan bij de bio-politieke discussie over dierenwelzijn, dierenrechten en dierenbescherming. Ook heeft de bio-ethische discussie in de zorg zich verbreed tot andere publieke en politieke arena’s. De grenzen van de relatief autonome praktijk van de gezondheidszorg staan onder druk waardoor de ethische vragen de brede zorgpraktijk ontstijgen. Zo hebben de uitdagingen op het gebied van preventie en public health bijvoorbeeld geleid tot een bio-ethische discussie over ingrepen in de levensstijl van gezonde burgers. En het vraagstuk van kostenbeheersing in de zorg leidde bijvoorbeeld tot bio-ethische discussies over grenzen aan de zorg en grenzen aan de solidariteit. Het pre-advies betoogt dat nieuwe technologische ontwikkelingen de grenzen van de gezondheidszorgpraktijk nog verder onder druk zet. Het gevolg daarvan is dat op de bio-ethische agenda vragen staan met brede bio-politieke consequenties voor de institutionele vormgeving van solidariteit, het recht op gezondheidszorg en rechtvaardigheid.

Maar de technologische ontwikkelingen creëren een nog radicalere bio-politieke agenda. Door de NBIC-convergentie vervaagt niet alleen de grens van de gezondheidszorgpraktijk, ook de grens tussen mens en technologie lijkt te verdwijnen. Technologie wordt aan het lichaam verbonden, stuurt het gedrag, beïnvloedt communicatie en gaat op ons lijken. De mens krijgt meer weg van een machine en de machine wordt steeds mensachtiger. Menselijke interactie en menselijk samenleven wordt steeds nadrukkelijker mogelijk gemaakt en gestuurd door technologie. Het gaat niet alleen om technologie in ons, maar ook om technologie tussen ons, technologie als ons en om de technologie over ons. De wijze waarop technologie zich met ons lichaam en met dataverwerkende systemen verbindt, stuurt ons samenleven. Daarom kan de fundamentele verwevenheid van mens en techniek niet alleen vanuit het individuele goede leven doordacht worden. Doordat het lichaam meetbaar en daarmee manipuleerbaar geworden is, is de uitdaging van de bio-ethiek de zorg voor politieke ordening van dat meetbare lichaam. Bio-ethiek is daarmee bio-politiek geworden. Bio-politiek van authenticiteit, solidariteit en rechtvaardigheid te midden van meetbaarheid, stuurbaarheid en controleerbaarheid.

Bij de verdediging van deze bio-ethische agenda wordt dit pre-advies vooral geïnspireerd door publicaties van het Rathenau Instituut waarin NBIC convergentie wordt gethematiseerd en waarin specifieke ontwikkelingen worden besproken die met NBIC convergentie in verband kunnen worden gebracht.

Dirk Stemerding, Rathenau Instituut, December 2014

 

NVBe Jaarsymposium 2014: Bio-ethiek in wetsevaluaties

24 februari 2014 – 14-17u – Utrecht

Met o.a.: Guido de Wert (UM), Ineke Bolt (UU), Esmé Wiegman (oud kamerlid CU) en Maarten Slijper (ZonMW).

Centraal staat de relatie tussen verwachtingen en opbrengsten van de bio-ethiek in wetsevaluaties.